Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eigen-gedachteuiting; of als surrogaat daarvan in diktecs, geschreven in een taal die als model kan dienen en met een inhoud die niet te veel buiten het kinderleven staat. (32)

B) Het leesonderwijs.

De grote fout van de leesboeken, inzonderheid van die voor het aanvankelik leesonderwijs, is dat ze de leerlingen ineens stellen voor alle moeilikheden die voortvloeien uit het onderscheid tussen de geschreven schrijftaal en de gesproken omgangstaal. Evenals voor het zuiver schrijven zouden de kinderen die verschillen geleidelik moeten aanleren.

Met vormen als wij, zij, weder, neder, zeide enz., die men evengoed anders, d. w. z. kan schrijven als ze gezegd worden, moet zo lang mogelik gewacht worden. Evenzo met de naamvals-?), en met de aanduidende woorden die in de konventionele schrijftaal anders zijn dan in de algemene omgangstaal. In geen geval mogen deze afwijkende vormen voorkomen in de boekjes voor het aanvankelik leesonderwijs en in die voor do beide volgende leerjaren.

Dat men ze er in aantreft bewijzen de volgende zinnen, ontleend aan boekjes die tot de beste behoren in zake weergeving van de beschaafde omgangstaal: hij liep er mede hem de vaatjes waren ledig; des avonds; de hoer haalde een handvol haver uit den broekzak en hield deze den paarden voor; hij gaf den beiden paarden een klap; hij greep de paraplu en bracht haar aan hel meisje; Moe nam het meisje op en legde haar in bed; Piet uw geheel alleen; als g ij door het ijs zakt, zijt gij geheel nat; maakt maar pret, kinders! hij deed dat niet gaarne.

Verder zijn er tal van onderscheidingen die in de konveiitionele schrijftaal niet weergegeven worden, als: hij komt en komt ie? hem zie ik niet en ik zie em niet; ik weet er niets van, jij welt kweet er niets van; wistek maar; ik weet et niet, t k omt daar vandaan enz.

Ook moet er veel meer aaneen gelezen worden dan door de schrijfwijze wordt aangegeven; vaak zelfs met een andere uitspraak; b.v. is er maar één te lezen: isser; een kat rook

Sluiten