Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als varken-, als loeris; tal van bastaardwoorden; onbegrepen samenstellingen en afleidingen als daarom, alom, overrompelen, ontvangen.

*28. Gebiedende wijze meervoud op t. (Niet ieder zal het nodig vinden die vorm nög aan te leren.)

29. Schrijftaal vervoeging van kennen, kunnen, liggen, leggen.

*30. Genitiefsvormen als vaders, wiens, wier. (Niet ieder zal het nodig vinden die vorm nog aan te leren.)

In hoofdgroepen geresumeerd, blijft dus:

a) de vervoegingsvormen als redt, praatte; vooral moeilik door tegenstellingen als brand en brandt; ruste en rustte; heetten en heeten; verbrandde en verbrande (deelw.);

b) alle gevallen dat e voorgesteld wordt door en (geval 4, 8, 19, 25, _'6), vooral moeilik door de tegenstellingen met e, b.v. geleerde en gelezen lessen; (4L)

c) al wat volgt uit de Regel van de Gelijkvormigheid; geval 12, 13, 15, 16, 17, 18, 20, 21, 22 en 23;'

d) tal van moeilikheden ontstaan door het feit dat één klank meer dan één teken heeft of één teken meer dan één klank; of veroorzaakt door histories te verklaren onregelmatigheden, als geval 1, 2, 7, 27, 3, 5, 6, 9, 10, 11.

Regels zijn nodig of gewenst voor geval 2, 4, 8, 12, 24, 25, 26, 28, 30.

De taalkundige begrippen, aan te brengen voor het aanleren van deze afwijkingen, meer of minder scherp omlijnd, beperken zich tot: woord, lettergreep, letter; meervoud in de taal (4 en 8); zelfstandig naamwoord z= naam van mens, dier en ding (4); vervoegd werkwoord of tijdwoord (8); toonloze klank (7); onderwerp (8); werkwoord (19); deelwoord (24); sterk werkwoord (25); stoffelik bijvoeglik naamw. (26); gebiedende wijze en gebiedende wijze meervoud (28).

Dit alles kan in hoofdzaak geleerd worden van het 2e tot en met het 4e leerjaar, — en wel zó dat de leerlingen de gevallen ook kunnen toepassen bij de schriftelike gedachteuiting. Mits men onderwijs geve volgens de in deze brochure verkondigde beginselen: uitgaan van de klank.

Sluiten