Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geving bij het lezen in de hand te werken, en dan is de fonetiese interpungering verre te verkiezen boven de kunstmatige redekundige. Sommigen volgen die laatste interpunpungering al niet. (Zie Jacobs en Koenen, Spraakkunst II, slot, van Dr. J. W. Muller.) Maar in de meeste leesboeken wordt het wel gedaan.

15. Zuiver schrijven opgevat in de gewone betekenis: schrijven volgens het vigerende spelling- en buigingsysteem. Eigenlik is de kat; bijt de hont zuiverder dan de kat bijt den hond.

16. Van tpaart voorgesteld door van het paard. Ten gevolge van het verkeerde inzicht dat de onderwijzer heeft in de verhouding tussen geschreven en gesproken taal, begint soms reeds bij het voorbereidend onderwijs de vervreemding der leerlingen van hun taal. De juffrouw zegt: dit is de kop van het paard en dwingt haar leerlingen dit na te zeggen, die zó, van de aanvang af, er op afgericht worden niet te putten uit hun eigen taalvoorraad, maar in de school een andere taal te gebruiken dan hun eigene. Ik heb het bijgewoond dat de vijfjarigen de kluts geheel kwijt raakten en maar niet af te brengen waren van: dat is het kop van de paard.

Vaak gaat het ook zo met het opzeggen van versjes, die bovendien dikwijls door hun vorm dwingen tot het bezigen van in de beschaafde omgangstaal niet voorkomende woorden en konstrukties, b.v.

Hij viel van boven neder En kwam in 'tgras terecht. Wie is dat? roept Tante, zoodra ze hem ziet ~ zodra z' em ziet. Klein Fransje wou op zeekren dag, Des morgens niet naar school. Toen zei de meid: Ik zet een val waaiin het zeker komen zal. Klein Jantje werd naar bed gebracht, Moe kuste hem nog goeden nacht.

Ieder die uit dat oogpunt de kinderversjes beziet, zal moeten toestemmen dat vele ervan konden meedingen naar een prijs bij de beantwoording van de vraag: Hoe kunnen we 'tbest het taalgevoel van onze vijf- en zesjarigen bederven?

17. Immers: van den ooievaar in plaats van van de ooievaar, luidende: van dooievaar.

18. M. a. w.: waar de gesproken of geschreven taal afwijkt van de taal van de leerling, door welke oorzaken dan ook, dit doen waarnemen. Met volle beioustzijn afwijken, dat is de enige manier om het taalonderwijs aanschouwelik te doen blijven, ook al moet men een andere taal eisen dan de gesproken taal der leerlingen. De aangehaalde woorden zijn gezegd door de heer J. H. van den Bosch: Zie „Taal en

Sluiten