Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Spelling, en Vereenvoudiging", een tweetal lezingen, bl. 48. Voor het beginsel van de aanschouwing dat bij deze behandeling tot zijn recht komt, leze men het artikel van de heer Lem in rHet Schoolblad" van 2 Oktober 19u6, getiteld: rPestalozzi en een nieuwe taalmethode".

Een helder inzicht daaromtrent vindt men ook in „Vom deutschen Sprachunterricht" van Prof. R. Hildebrand.

19. Als b.v. dat het meervoud van de zelfstandige naamwoorden, nog steeds, als vóór eeuwen, gevormd wordt door achtervoeging van en. Neen: de uitgang is e en dit moet waargenomen worden. Daarop volgt de waarneming, in de geschreven taal, dat men bij tal van woorden en schrijft waar men e zegt, en de mededeling dat dit altijd geschiedt: dit kan niet waargenomen worden.

Alleen de volkomen verboeketaling van de onderwijzer kan, dunkt me, veroorzaken dat hij deze wijze van handelen niet hoger stelt dan de verkeerde waarneming dat het meervoud door achtervoeging van en gevormd wordt.

Het zal wel overbodig zijn er op te wijzen dat deze laatste handelwijze wel goed is in streken waar de n uitgesproken wordt.

Hieruit blijkt tevens dat er geen taalmethode bestaan kan die, in alle onderdelen, dienen kan voor alle lagere scholen van Nederland. Zulk een methode is eenvoudig een fiktie, een uitvloeisel van een struisvogelpolitiek die geen rekening houdt met bestaande verschillen: waar het uitgangspunt verschillend is en het einddoel ongeveer hetzelfde, kunnen de wegen die daarheen leiden, onmogelik dezelfde zijn. Men moet voor het onderwijs in het zuiver schrijven als uitgangspunt de beschaafde omgangstaal van Holland nemen, en dan kan ieder onderwijzer zien of er genoeg van zijn gading in de methode is om hem te kunnen gebruiken. (Zie Aant. 20.)

20. Ook het dialekt het uitgangspunt van het taalonderwijs: deze stelling is door velen met bevreemding ontvangen. Door sommigen, omdat ze het dialekt als iets minderwaardigs beschouwen dat eigenlik uitgeroeid diende te worden. Hun die dit menen, kan ik slechts aanraden in een of ander wetenschappelik werk het ontstaan van de algemene taal te bestuderen: ze zullen dan zien dat overal, door invloeden buiten de waarde van de dialekten om, een ervan tot gemeenlandse taal is geworden. (Zie „Taal en Letteren", 1901, Dr. B. Hettema, „Onze Spreektaal.' ) Anderen twijfelen aan de praktiese uitvoerbaarheid. Hun verwijs ik naar een weldra uitkomende studie van mijn hand over het stelonderwijs.

Sluiten