Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Uit Amerika!

Ze gierde het uit.

— Ja, die vond ik heerlijk! Uit Amerika! Mijnheer, hoe kreeg hij 't in zijn bol? Waarachtig, toen ik het las dacht ik: ,,Hij is gladder dan hij er uit ziet!"

Hij is prachtig', subliem! Amerika! En u meende ook dat ik in Amerika was geweest. No question ahout, ik heb Amerika nooit geroken. Hoe komen ze er bij? En toch is 't een leuke zet! Het publiek, ziet u, het publiek wil zooiets wel. Wat van verre komt is goed. Qui vient de loin a beau mentir! You speak French, I hope?

Ik lachte en zij ging voort:

— Amerika! Amerika! Land van den dollar! En ik op die boot, in een hoekje mijn memoires schrijvende! Memoires van Mata-Hari, net als die van Ninon de Lenclos . . . Apropos, ik heb wel wat van Ninon de Lenclos. Kent u haar geschiedenis ?

— Ik bekende, dat ik de Mirécourt g'elezen had.

— Ik dweep met haar, zei ze.

— Alles goed en wel, maar ik denk aan uw diner. Van die reis naar Amerika is dus niets aan?

— Absoluut niets, mijnheer, het eenige dat mijn vader kan hebben, bestaat in een paar brieven van mij uit Indië, uit Parijs en uit Monte-Carlo.

En dat dossier?

— N'existe pas! Bestaat alleen in zijn verbeelding'.

— En in dat van zijn uitgever, want die heeft het toch ook in handen g-ehad en doorbladerd en bestudeerd.

— Nou, nou! Wie is dat?

Ik noemde den naam.

— Kent u hem?

— Persoonlijk niet, maar een mijner Amsterdamsche vrienden, journalist als ik, heeft tot nog toe nooit anders over hem gesproken dan met lot'.

— Kende die hem dus?

— Kennen en kennen is zoo betrekkelijk, achteraf gezien kende hij hem mogelijk niet.

— Ik heb ook in mijn leven veel menschen vrienden genoemd, die later bleken bij royale vijanden achter te moeten staan en tot nog voor zeer kort schold ik voor vijand uit, die 't waarachtig zoo kwaad nog- niet met me voorhadden.

Sluiten