Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

begon weldra zoo diep wortel te schieten, dat hij mij, aanvankelijk in bedekte woorden, en vervolgens openlijk en op ernstigen toon verbood, mij gedecolleteerd naar bal.-, te begeven! . . . Om zijn doel te bereiken wendde hij het gewone middel aan, waarover de man in dergelijke omstandigheden beschikt: hij onthield mij de noodige middelen om mij zelf? behoorlijk te (ont)lcleeden". Dit laatste slaat natuurlijk op rtiijn behoorlijk of onbehoorlijk décolleté, aan gewone kleeren heeft het mij nooit ontbroken.

— Dus . . . aiin overdrijving was uw geschrijf niet vreemd

— Natuurlijk niet. In de eerste plaats dient u rekening te houden met mijn jeugd en, tot vervelens toe moet ik 't herhalen, in de tweede plaats niet mijn temperament. Terecht of te onrechte, ik was woedend . . .

— En wat die mishandelingen betreft . . .

— Te dien opzichte wordt heel wat geschermd met eer enz., maar ik zet het den beste met de handen in den zak te blijven staan, als een vrouw hem op alle manieren plaagt en sart. ja. den spot met hem drijft in 't bijzijn van anderen.

In de meeste huishoudens komt het nooit tot handtastelijkheden. omdat de vrouw het in den regel niet zoo bont maak', dat de man zijn drift niet langer meester is. Ik herinner mij nog- zeer onlangs in uwe dagbladen het geval te hebben gelezen van een man, die zijn vrouw overhoop had gestoken," omdat zij een slet was, die haar huishouden verwaarloosde, 't niet anderen aanlegde en met hem den draak stak. De mensehen zullen toen wel algemeen hebben uitgeroepen: . Ha inverdiende loon!" Men mag dan een daad als die van denman niet goedkeuren, tont savoir e'est tont pardonner.

Ze begon in mijn achting te rijzen; ze scheen zich te schamen over haar eigen ,,roman'', nu zij vis a vis met de waarheid stond.

Verachtelijk is de niensch, die zichzelf van alle schuld tra, l>t vrij te pleiten, die de oorzaak van alle ellende, hem of haar overkomen, bij anderen zoekt. Zoo was "zij niet. Ze was een „mondaine", maar een mondaine van de soort, die de bekron pen, lamlendige begripjes omtrent eer en deugd'had afgeschud, die een enkele maal in haar opwinding nog eens iets zeggen kon. waarvan ze later voelde, dat ze 't niet meende, maar die zich •dan ook haastte zichzelf tot de orde te roepen.

'r Was of ze mijn gedachten raadde

— Die mooie „roman" is geen complimentje voor ire Met

Sluiten