Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1 sychologische determinatie van een Kakadorus-figuur." Een annonce in het Nieuwsblad v. d. Boekhandel was aan de verschijning voorafgegaan, op welke annonce ik antwoordde met de aankondiging van een brochure mijnerzijds. „De Mati-Harikwestie. Open Brief aan C. L. G. Veldt." Ernst was het mij met deze annonce en dien open brief niet: het lag — en verscheidenen deelde ik dit meê — meer in mijn bedoeling' het onverkwikkelijke zaakje nu maar te laten rusten, wat de Heeren Veldt en Zelle ook voor moois zouden verzinnen teneinde mijn „Naakte Waarheid" verdacht te maken.

In de verste verte had ik echter niet kunnen vermoeden, dat zij tot middelen hun toevlucht zouden nemen, waarvoor iemand, die nog' eenig respect voor zichzelf overhield, zou bedanken. Waar men het verstandiger oordeelde de zaak waar 't om ging: het al of niet waar zijn van de in mijn brochure vermelde of gelogenstrafte feiten te laten rusten, bleef er weiniganders te doen over dan mijn persoon aan te vallen, waarheid en leugen door elkaar te mengen, er wat van hun persoonlijk vuil bij te voegen — de voorraad schijnt hiervan vrij voldoende te zijn — en mij daarmede naar het hoofd te smijten.

Waar van Zelle persoonlijk in dit mooie schriftuur weinig' meer voorkomt dan de Latijnsche uitdrukking: „Qui tacet, consentire videtur", de rest geheel in de pen gegeven is (wat zich aan allerlei bijzonderheden bespeuren doet) door Veldt, wil ik het weinige, dat ik, helaas, gedwongen ben te antwoorden, 0111 ook niet den schijn op mij te laden door zwijgen toe te stemmen, rechtstreeks tot hem richten. Uit de aanhalingen, welke ik doe, zal de lezer een vrij juist begrip van

den inhoud van het fraaie pamflet krijgen.

* *

*

Het voornaamste uit:

„Priem's naakte waarheid getoetst aan de waarheid.''' 1. „Wij noemen het onbenullig pamflet (De naakte waarheid omtrent M. H.) een brutaal stuk en een onhandig stuk, — brutaal juist omdat het de heer G. H. Priem is, die het aangedurfd heeft een samenraapseltje van lage verdachtmakingen en leugens tot een brochure samen te kneden."

„. . . dat een man zooals de schrijver-uitgever Priem zich zoo iets in het hoofd durfde zetten, zich op zoo gevaarlijk ijs durfde begeven, terwijl hij zich toch bewust moest zijn, dat het voor hem honderdmaal beter ware geweest, het zwijgen

Sluiten