Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over zijn zaak te doen, óók al had hij in eenig opzicht gelijk gehad, zie, dat gaat o.i. alle menschelijk begrip te boven en doet ons onszelven afvragen of hij wellicht bij zijn Judasgang naar Velp (èn naar Utrecht niet te vergeten!!!) onder zekere hypnotische invloeden is geraakt . .

2. De heer G. H. Priem heett het niet over zijn hart kunnen verkrijgen, veel waars in zijn brochure te zeggen, maar toch is er één woord, waarin wij hem ten volle gelijk moeten geven, eu dat is: „men duelleert niet met iedereen." Dat wil natuurlijk in duidelijk Hollandsch zeggen, dat er lieden gevonden worden. die zóó min en laag van karakter zijn, dat men zelfs niet in debat met hen wil treden . . . Daarom zullen wij onzen kostbaren tijd niet verbeuzelen met de brochure van den heer Priem haarfijn uit te pluizen, uit iederen regel de leugen te distilleeren (want bijna iedere regel bevat er een!) deze als soldaatjes in het gelid op een rijtje te rangschikken, 0111 eindelijk met hen één voor één een duel aan te gaan!"

„Nu zal Mr. Kakadorus de Tweede er wellicht als de kippen bij zijn, om op zijn Amsterdamsch podium uit te kraaien: „zie je wel, mènschen, heb ik het niet gezeid?... Ze kannen geen boe of bah op mijn Naakte Waarheid zeggen! Vooreerst zouden wij in dit geval dezen Kakadorus er aan herinneren, dat tusschen „kunnen" en ,,willen" een hemelsbreed verschil bestaat. Men kan immers met iedereen duelleeren, maar daarom wil men het nog niet!"

3. „Dat ik aan den heer Priem een dossier verschaft heb, sluit de mogelijkheid niet uit, dat ik hem „eenige" documenten niet verschaft heb."

..Het dossier dat de heer Priem eenigen tijd onder zijn beberusting had. bestond niet uit „een paar briefjes vau Mati Hari" niet uit brieven en afschriften van mij en een paar brieven van haar", maar, let wel, lezer — uit vier en zestig authentieke stukken, — bescheiden en acten van de politie, van rechtbanken, van advocaten, brieven, enz., waaronder geen enkele brief of afschrift van mij, maar wél vier en dertig eiqenhandig door Mati Hari geschreven brieven."

4. „De heer Priem, die schijnt een broertje dood te hebben aan complexe naturen, levert ons zelf een schitterend staaltje van zulk een complexe natuur, door tegelijkertijd én als schrijver, èn als uitgever op te treden — een hoogst zeldzaam geval waarin hij met eenige andere enkelingen in de Nederlandsche

Sluiten