Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voor de gansche uitgaaf' van liet boek kon ik, met al wat ik wist, een excuus vinden van jouw kant: je portemonnaie is ook zoo dik niet en een boek, waar aan verdiend werd, waar heel veel aan verdiend werd, ligt maar niet zoo voor 't oprapen." Maar voor je stiekeme manier van doen vond ik geen excuus. Voor het toestaan dat iemand als Z. mij, lang je beste vriend, van laagheid beschuldigde, vond ik evenmin een excuus en dat je in het voorbericht op al de leugens en laster van Z. jouw cachet drukte, door te zeggen dat alles icaar was en door je onderzocht, dat vond ik misdadig, omdat men aan wat Z. alleen zei niet te veel waarde zou hechten, maar jouw getuigenis niet zonder invloed kon zijn.

Van iemand die jou niet ongenegen is, schoon hij zich over deze kwestie liefst niet uitlaat, vernam ik dat je voornamelijk gepikeerd werd omdat ik in mijn brochure beweerde dat zij naar Z. gegaan was achter mijn rug om. Waar staat dat te lezen? Natuurlijk is Z. bij jou gekomen, dat lag in den aard der zaak; hij wist dat wij vier jaar geassocieerd waren en kon mij niet beter treffen dan juist mijn vroegeren compagnon over te halen zijn boek uit te geven. Wanneer je kiesch had gehandeld, — maar daar dien je fijner gevoelszenuwen voor te hebben, dan jij blijkt te bezitten — dan had je, afgescheiden van alles, van waarheid of leugen, alleen de uitgave al moeten wijzen van de haud, omdat dit voor mij hoogst onaangenaam was.

Ik zou beslist dit in jouw geval gedaan hebben! En innerlijk ben je hiervan overtuigd. Je bent op't oogenblik bezig met wat men vroeger noemde „de versenen tegen de prikkels te slaan." Je weet je er niet uit te redden, nu ga je schelden, verdacht maken. Dat is heel klein, Veldt, voel je dat niet? Maar ter zake!

Tegenover het publiek ben ik verplicht op de insinuaties en beschuldigingen te antwoorden, maar geloof me. Veldt, ik deed 't ^liever niet, ik vind 't tè min, van het zoutelooze Kakadorus-praatje af tot de infame beschuldigingen toe. Voor 't gemak en om niets te vergeten, heb ik al het vuil bij hoopjes geveegd en er cijfers bijgezet. Begin ik dan met

1. Ik geloot het eenig duistere punt hier in riiy'n tocht naar Utrecht is.

Ik ben voor deze zaak nooit in Utrecht geweest, doch ik snap wel hoe men aan Utrecht komt!

Ziehier inijn eerste schrijven aan den heer Mac.-Lood:

Sluiten