Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Derde zang. (Matth. TI 1 vlg.)

Ook wij willen aalmoezen geven, als daarmede de armoede wordt verminderd; ook wij willen bidden, als dat bidden meer beteekent dan oogensluiten en woordengeprevel. Wij willen bidden dat het onreelit ophoude in de wereld, dat er overal waarheid en oprechtheid heersche, dat alle menschen mogen komen tot menschwaardig bestaan.

Wij zijn bereid tot het geven van een aalmoes, ja van zooveel aalmoezen en zooveel geschenken als maar de rijkste geven kan, mits dat ons niet in het openbaar worde vergolden. Want de stille belooning, het stilzwijgende gevoel van iets goeds en edels te hebben gewrocht, ziedaar ons beste streven

En nog eens, wij zijn ook bereid tot bidden, maar wij laten ons door niemand ons heilig gebed voorschrijven. Noch door den onvergete'iilsen stichter des Christendomst och door Multatuli en zijn gebed van den onwetende. Xoch door andere groote voorgangers. Ons gebed, het zij een mannelijk leven, het zij een vrouwelijke teederheid, het zij een leven van arbeid en zelfverloochening, het zij een streven van kracht en van liefde.

Vierde zang. (Matth. AI 19.)

Vergadert u geen schatten op de aarde, waar ze de mot en de roest verderft, en waar

Sluiten