Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NEGENDE BOEK. (D e Openbaring van J o li a 11 n e s.)

Eerste zang.

Opetnb. III 15: Ik weet uwe werken, dat 12ij noch koud zijt noch heet: och of gij koud waart of heet I

0 mijn geliefd der zee ontwoekerd vaderland, mijn dierbaar Holland, mijn eenig Nederland, ik ben een zoon van u, ik weet

nwe werken.

(iij zijt noch koiul nocli lieet: gij zijt degelijk, en rustig, en langzaam, en middelmatig, en laaggelegen, en schaarsek in warmte en in geestdrift.

Aan uwe heuvelen en duinen, aan uwe poëzie en aan uw prosa ontbreekt gloed en verheffing. Oij hebt den Lucifer van uwen Tondel miskend. Gij liebt gelachen om de Ideën van uwen Multatuli. Zong Da Costa niet terecht, dat hij geen zoon was uwer lauwe westerstranden ?

Schenk mij geestdrift, 0 Holland. Doortintel mij met gloed uit het oosten. O mijn God, slechts een koude wind, slechts een regenvlaag is het antwoord.

Tweede zang.

Openb. XIII 10: Indien iemand in de gevangenis leidt , die gaat zelf in de gevange nis; indien iemand niet het zwaard zal ioaden. die moet zelf met het zwaard gedood woiden. Hier is de lijdzaamheid en het geloof der heiligen.

Sluiten