Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O menschelijk treur- en -blijspel, o eeuwigdurende poppekast. AVaar is het einde?

Derde zang.

Opemb. XXII 2—3: Ia het midden1 was

de boom des levens en de bladeren des

booms waren tot genezing der heidenen. En geene vervloeking zal er meer tegen iemand zijn.

Boom des levens, wees gegroet! Yerdwijne het schijnevangelie van dood, van hel en verdoemenis.

Laat ons het leven genieten, gespierd van armen, gezond van arbeid en slaap, gestaald tegen vermoeienis, opgewekt tot vreugde. Laat ons leven het volle leven.

Laat ons het drinken met zijn teugen van bitterheid en van blijdschap, van wereldsmart en van zingenot, van ontbering en van overgenieting.

Wij willen plukken van den boom des levens, niemand vervloeken, door niemand vervloekt zijn. Geen heidenen en geen uitsluitende Christenen meer, geen Joden, geen Grieken. Allen menschen. In duizendvoudige verscheidenheid zien wij toch het algemeenlevende, het ééne.

Geen spreken meer van hiernamaals, zonder daden; geen kerkleer meer, zonder liefde; geen godgeleerdheid meer, zonder stellige kennis. Maar natuuronderzoek, en vorschende wetenschap, en verfraaiende

Sluiten