Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kookte, kwam Ezau van het veld, zeer moede, en zei tot Jakob: Laat mij toch van dat roode, dat roode eten; want ik ben moe! Maar Jakob zei: Verkoop mij vooraf uw eerstgeboorterecht. Ezau antwoordde: Wel, ik ga toch sterven; wat baat mij een eerstgeboorterecht? En Jakob drong aan: Bezweer het mij eerst. Daarop verkocht Ezau bij eede zijn eerstgeboorterecht aan Jakob. Deze gaf hem zijn brood en zijn linzenmoes.

2. Toen Izaak oud en blind geworden was, riep hij Ezau en zei: Misschien ga ik spoedig sterven, mijn zoon. Nu dan, neem uw jachttuig, pijlkoker en boog. Ga het veld in en schiet mij oen stuk wild. Bereid mij daarvan een smakelijk gerecht, zooals ik het gaarne heb, en breng het mij hier, dat ik ete; opdat ik 11 mijn zegen geve, voordat ik sterf.

Ezau ging daarop het veld in om een stuk wild te jagen. Maar llebekka, die gehoord had, wat Izaak tot Ezau gezegd had, riep Jakob, vertelde het hem en zei: Hoor nu, mijn zoon, en doe wat ik u gelast. Ga naar de kudde en haal van daar twee beste bokjes. Daarvan zal ik voor uw vader een smakelijk gerecht maken, zooals hij liet gaarne heeft. Dit moet gij dan aan uw vader brengen, opdat hij het ete en u zegene voordat hij sterft. Toen Jakob de bedenking opperde, dat, indien zijn vader het bedrog ontdekte, hij een vloek in plaats van zegen over zich zou brengen, hernam Rebekka: Mij tretïe die vloek, mijn zoon! Luister slechts naar mij! Toen ging hij ze halen, en zijn moeder bereidde ze. En Iiebekka deed Jakob Ezau's feestkleederen aantrekken. En met de geitenvellen bekleedde zij zijne handen en het gladde van zijn hals.

3. Daarop nam Jakob het gerecht en ging ermee naar zijn vader. Wat hebt gij spoedig iets gevangen, mijn zoon! zei Izaiik. Dat komt, omdat Jahwe, uw god, mij goed geluk gegeven heeft, antwoordde Jakob. Maar Izaak zei: Kom eens naderbij, dat ik u betaste, of gij inderdaad mijn zoon Ezau zijt, of niet. En als hij hem betast had, zei hij: De stem is Jakobs stem, maar de handen zijn Ezau's handen. Op de

Sluiten