Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de wraak van zijn broeder Ezau. Hij zonderde een groot geschenk in vee voor hem af en zond dit vooruit. Doch Ezau trok hem te gemoet en omhelsde hem. En van het geschenk zei Ezau: Ik heb genoeg, broeder! Behoud wat gij hebt! Doch op aandringen van Jakob nam hij het eindelijk aan. Onder geleide van Ezau en zijne manschappen trok Jakob met vrouwen en kinderen en zijn gansehen stoet het land in.

3. Vooraf had Jakob nog de volgende ontmoeting gehad. Toen allen des nachts het veer van den Jabbok overtrokken, bleef hij alleen achter. En een man worstelde met hem tot het aanbreken van den dageraad. Toen deze zag dat hij Jakob niet kon overwinnen, greep hij zijne heup aan, zoodat die ontwricht werd bij de worsteling, en hij voegde Jakob toe: Laat mij gaan, want de dageraad is aangebroken. Maar Jakob zeide: Ik laat u niet gaan, tenzij gij mij zegent!

Daarop vroeg de vreemdeling: Hoe heet gij'? De ander antwoordde: Jakob. Toen luidde het wederwoord: Voortaan zult gij niet meer Jakob heeten, maar Israël; want gij hebt kloek gestreden met een god en met inenschen en de overhand behouden! Nu vroeg Jakob: Geet mij toch uwen naam te kennen. Doch lijj kreeg ten antwoord: Wat vraagt gij naar uiijn naam! En hij zegende Jakob aldaar. Daarom noemde Jakob die plaatst P e n u ë 1; want — zeide hij — ik heb een god van aangezicht tot aangezicht gezien en er het leven afgebracht -).

Ij Men zal zeggen, (lat Jakob zulk eeu vriendelijke bejegening weinig verdiend had, en dat in hetgeen tot nu* toe van Jakob vei haald werd, weinig grond aanwezig is voor de gunstrijke en veelomvattende belofte, hem door Jahwe gedaan. Dat is ook zoo. Maar daarover moet men zich niet verbazen. Later komt dat nog vaker voor. De Schrijver verhaalt de overleveringen zijns volks uit een bepaald gezichtspunt. Jakob is nu eenmaal de man, in wien de belotte van lsraéis God, reeds aan Abraham gedaan, vervuld is geworden; hij is de stamvader geworden; hij, — en niet Ezau. Van Ezau iof Kdomi worden de Edomieteu afgeleid.

Sluiten