Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eere genoemd werd, leefde hij in vrede. De tijd der barbaarschlieid begon te wijken. Het bestuur des rijks werd op ordelijken voet gebracht, het noorden des lands in provinciën ingedeeld, de inning der belastingen geregeld. Kunsten, wetenschappen en handel gingen ontluiken. Israël begon zich naar binnen te ontwikkelen. Salomo heeft door zijn persoonlijkheid en zijn regeering het land op die baan vooruitgebracht.

Vooral droegen daartoe bij, gelijk wij boven aanstipten, zijn vreedzame betrekkingen met het buitenland. Hij huwde met vele vreemde prinsessen, onder wie de dochter van den egyptischen koning. Hij dreef groothandel met Egypte, A r a b i ë en I n d i ë, waardoor hij zich verbazende schatten verwierf en de blik zijns volks verruimd werd. En voor de groote en prachtige bouwwerken, die hij ondernam, verzekerde hij zich de hulp van werklieden uit het buitenland, o. a. uit het noordelijk van Israël aan de Middellandsche Zee gelegen Fenicië (Tyrus), waar bouwbedrijf en kunstvaardigheid op hoogeren trap stonden dan in Israël.

2. Salomo geniet den naam van de wijze koning te zijn. Die roem spiegelt zich af in een droomgezicht, dat hem kort na de aanvaarding zijner regeering zou zijn ten deel gevallen. Jahwe verschijnt hem in den slaap en zegt: „Begeer wat ik u geven zal." Waarop Salomo antwoordt: „Ik ben nog zeer jong. Wil dan uw dienstknecht een opmerkzaam hart geven, om uw volk rechtvaardig te besturen en tusschen goed en kwaad te onderscheiden; want wie is in staat dit uw machtig volk te besturen?" Dit bescheiden en verstandig antwoord was aan Israëls God aangenaam. Daarom sprak Jahwe tot Salomo: „Dewijl gij dit verzoek aan mij hebt gedaan, en niet gevraagd hebt een lang leven, noch rijkdom, noch den dood uwer vijanden, maar de gave des onderscheids bij het hooren van een rechtzaak, zoo heb ik gedaan naar uw woord en u een wijs en verstandig hart gegeven, zoodat uw gelijke vóór u niet is geweest en evenmin na u zal opstaan. En ook wat gij niet hebt gevraagd, heb ik u gegeven: beiden rijkdom en roem, zoodat uw gelijke onder de koningen niet

Verhalen 0. T. 3e dr. 4

Sluiten