Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen hij daar voor de deur stilhield, liet Eliza hem door een bediende zeggen: „Ga heen, baad u zevenmaal in den Jordaan, dan zult gij genezen zijn". Maar Naaman, boos dat Eliza zoo weinig omslag met hem maakte en zich zelfs niet verwaardigde persoonlijk bij hem te komen, wilde eerst dien raad in het geheel niet opvolgen. Zich baden, zou dat hem helpen? Daarvoor had hij zoover niet behoeven te reizen. Toch liet hij zich ten slotte door zijn dienaren overhalen. Hij kon het althans beproeven. En zie, zoodra hij zich naar Eliza's voorschrift ten zevende male had gebaad, was zijn ziekte geweken. Innig dankbaar keerde hij nu naar den profeet terug en trachtte dezen, maar te vergeefs, rijke geschenken op te dringen. Toen hij de terugreis naar zijn vaderland aanvaardde, nam hij eenige zakken aarde uit Kanaiin raeê, om daarop in zijn land een altaar voor Jahwe, Israëls God, te bouwen. Want voortaan zou hij, zoo nam hij zich voor, aan geen anderen god offers brengen dan aan Jahwe alleen.

'2. Bij die gelegenheid, gaat het verhaal voort, ondervond Gehazi, Eliza's dienaar, de bittere gevolgen van inhaligheid en bedrog. Eliza had van Naaman niets willen aannemen. Dit verdroot Gehazi, die bekoord was door de kostbare geschenken: zilver en prachtige kleederen, die Naaman zoo dringend aanbood. Hij wilde dan toch voor zichzelf iets daarvan zien te krijgen. Daarom ging hij terstond na Naamans vertrek dezen achterna. Naaman, dit bemerkende, sprong van zijn wagen en liep op hem toe met de vraag: Er is toch geen kwaad? Volstrekt niet, antwoordde Gehazi, maar mijnheer heeft daar onverwacht twee arme profetenzonen bij zich gekregen en voor dezen zou hij nu toch wel een talent zilver en twee pakken kleeren willen hebben. Naaman, blijde dat hij nu toch iets kon doen om zijn dankbaarheid te toonen, gaf gaarne het gevraagde en drong zelfs Gehazi in plaats van één, twee talenten zilver op. Verheugd bracht deze zijn buit naar huis en begaf zich weer naar zijn meester.

Maar Eliza vroeg hem: Waar zijt gij geweest, Gehazi?... In verwarring antwoordde Gehazi: Nergens heer! Toornig

Verhalen O. T. 3e dr. r.

Sluiten