Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en hun verlof gegeven heeft om naar Kanaiin terug te keeren, en dat toen inderdaad een groote schare — zij spreken zelfs van meer dan 40.000 huisgezinnen — onder aanvoering van den door Cyrus aangestelden landvoogd Zeruhbabel en den priester Jozua, is opgetrokken naar het oude vaderland.

Cyrus had uitdrukkelijk verklaard — aldus voegen zij erbij — dat hij het deed, omdat Jahwe, de god van hemel en aarde, hem had gelast zijn tempel te Jeruzalem te doen herbouwen. Daarom had hij ook aan de terugkeerende ballingen al de kostbaarheden uit den tempel, indertijd door Nebukadrezar weggeroofd en in zijn schatkamers geplaatst, laten teruggeven. Voorts had hij verordend, dat ook zij, die niet zeiven wilden medegaan, aan de terugkeerenden hun bijdragen voor den tempelbouw zouden medegeven.

3. Nadat de teruggekeerden — luidt het verhaal dan verder — zich in de oude, nu grootendeels in puin liggende en tot een wildernis geworden woonplaatsen eenigermate hadden ingericht, waren zij terstond begonnen de grondslagen van een nieuwen tempel te Jeruzalem te leggen. Daarbij juichten de jongeren, verheugd in het vooruitzicht van weer een tempel van Jahwe te zullen bezitten. Maar de onderen, die nog den tempel van Salomo gekend hadden, weenden, omdat de nieuwe tempel zoo klein en armelijk moest worden, in vergelijking met het oude trotsche heiligdom. De bouw had echter spoedig moeten worden gestaakt. Want de bewoners der streken van S a m aria waren gekomen en hadden aangeboden mede te werken aan den tempel, opdat zij mee deel zouden hebben aan het heiligdom. De hoofden des volks echter hadden dezen afgewezen, omdat zij niet van zuiver israëlietisch bloed waren. En toen hadden de Samaritanen aan de Joden allerlei bezwaren in den weg weten te leggen, zoodat in vijftien jaar tijds het werk geen voortgang hebben kon. Inderdaad is de tempel eerst onder Cyrus' tweeden opvolger, koning Darius, herbouwd.

Sluiten