Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«laar in liet bevolkingsregister te worden ingeschreven. Omdat er geen plaats meer voor hen was in de herberg, namen zij hnn intrek in den daarbij behoorenden stal. 't Was in dien stal, dat Jezus geboren werd. En in denzelfden nacht, waarin dit plaats vond, waren er herders in de velden van Bethlehem, aan wie een engel het bekend maakte met de woorden: „Vreest niet! want ziet, ik verkondig u groote blijdschap, voor liet geheele volk bestemd, dat u heden een Heiland geboren is, namelijk Christus, de Heer, in de stad Davids. En dit is u het teeken: gij zult een kindeken vinden, in doeken gewikkeld, liggende in een kribbe." En op eens was er met den engel een menigte van het hemelsche heirleger, lovende God en zeggende: „Eere zij God in den hooge, en vrede op aarde, in menschen welbehagen!"

Toen nu de engelen weer opgevaren waren naar den hemel, zeiden de herders tot elkander: „Komt, laat ons heengaan naar Bethlehem, en laat ons zien, wat er geschied is, hetgeen de Heer ons heeft bekend gemaakt." En zij kwamen met haast en vonden Maria en Jozef, en het kindeken liggende in de kribbe. En als zij het gezien hadden, deelden zij mede wat hun van dit kind gezegd was. Allen nu, die het hoorden, verwonderden zich over hetgeen door de herders tot hen gesproken werd. Doch Maria bewaarde al deze dingen en overwoog ze in haar hart. En de herders keerden terug, verheerlijkende en lovende God over alles, wat zij gehoord en gezien hadden.

Toen op de terugreis naar Nazaret de ouders in den tempel te Jeruzalem kwamen om een dankoffer te brengen, was daar een eerwaardige grijsaard, Simeon geheetcn, die het kind in de armen nam en uitriep:

„Nu laat gij, Heer, uw dienstknecht, naar uw woord, in vrede heengaan! Want mijne oogen hebben uw heil gezien, dat gij bereid hebt voor het aangezicht van al de volken: een licht tot openbaring voor de heidenen en een heerlijkheid voor uw volk Israël."

En tot Maria zeide hij:

Sluiten