Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doch bij den terugkeer des volks uit de ballingschap weer opgebouwd. In verschillende oorlogen had deze tweede tempel veel te lijden. Daarom bouwde koning Her odes de Groot e kort vóór Jezus geboorte, op prachtige wijze, een nieuwen.

Het ruime vlak van den heuveltop Moria in het noordoosten der stad was geheel door den Tempel ingenomen. Een muur met onderscheidene poorten, aan de binnenzij e van welken muur twee- of driedubbele zuilengangen, omsloot aan alle zijden een uitgestrekt langwerpig-vierkant plein. Midden op dit plein of den „Voorhof der Heidenen aldus genaamd, omdat deze ruimte voor ieder toegankelijk vvas _ verrees het heerlijk heiligdom. Men denke daarbij niet aan een afgesloten gebouw, maar aan een reeks onder den blooten hemel gelegen hoven of open plaatsen, die terrasje wij ze, de eene hof dus hooger gelegen dan de andere, op elkander volgden, totdat in den bovensten hof de tempel-zelf bereikt werd. Deze lag dus het hoogst, en de voorhoven die der Priesters, der Mannen, der V r o u w e n, der Heidenen — al lager en lager. Zoo kon hij uit de geheele stad en haren omtrek gezien worden en leverde hij een

indrukwekkend gezicht op.

De onoverdekte hoven werden geheel omringd en afgesloten door talrijke overdekte vertrekken en zalen. Men vond er zalen voor het Sanhedrin, voor den hoogepriester, voorde priesters: maar ook eet-, kleed- en badkamers, vertrekken tot berging van hout, zout en gereedschappen en wat niet al meer! In de zuilengangen rondom den voorhof der heidenen bevonden zich ook zalen voor onderwijs.

Op den hoogsten hof, dien der priesters, stond het ontzaglijk groote altaar. Zij, die het bedienden, bewogen zich daaromheen op een verhoogden omgang, waai heen een lend vlak toegang gaf. Op eenigen afstand stond het groote koperen waschvat, op twaalf leeuwen rustend. Slachtbanken en marmeren tafels voor het vleesch waren er vele, en het bloed der offerdieren werd door een inrichting naai beneden weggevoerd.

Sluiten