Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vanen. En onder die menigte, daar om hun tempel vereenigd, werd op zulk een feestgetij het trotsch gevoel van samen éen volk uit te maken, krachtig aangewakkerd.

Jezus is nooit tekort geschoten in eerbied voor den tempel. Hij trad veeleer gestreng op tegenover hen, die „Gods Huis' op eenigerlei wijs ontheiligden. Maar zijn inzicht in de ware aanbidding was klaarder en ging dieper. Aan een bepaald gebouw was zij voor hem niet gebonden. Hij sprak, met het oog op den strijd tusschen Samaritanen en Joden, het heerlijke woord: „De ure komt, wanneer gij noch op Gérizim noch te Jeruzalem den Vader zult zoeken. God is geest, en die Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest eu waarheid .

Gez. 9 : 1.

12. Synagogen en Schriftgeleerden.

Toen de Joden in de ballingschap noch tempel, noch eeredienst, noch altaar hadden, kwamen zij samen tot het lezen der heilige geschriften, tot gebed en gezang, ieruggekeerd in het vaderland werd wel de tempel herbouwd, maar gaf men deze samenkomsten niet op. Daaruit ontstonden de Synagogen, overal over liet platteland en in de steden verspreid, waarin men voornamelijk op den Sabbat bijeenkwam.

Het hoorcn lezen van de Wet, het beoefenen der wetskennis, werd in die samenkomsten voortdurend meer de hoofdzaak. Onder „de Wet" nu verstonden de Joden eigenlijk de vijf eerste boeken des Ouden Testaments, omdat deze verhalen en geschiedenissen met wet bundels zijn doorweven. Deze, de zoogenaamde priesterlijke of Levietische wetgeving, was door Ezra ongeveer vier eeuwen vóór onze jaartelling ingevoerd. Het letterlijk naleven van al hare voorschriften begon gaandeweg in het godsdienstig leven der Joden de voornaamste plaats in te nemen. En aangezien deze Wet niet louter bepalingen gaf omtrent godsdienst en zedelijkheid , maar ook het m aatsch appel ij k leven regelde

Sluiten