Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een ander gebruik was het Vasten. Op Grooten \ erzoendag en op enkele dagen waarop gedachtenis werd gevierd van vroegere rampen, was er een algemeen en verplicht vasten. Bovendien werd het godsdienstig geacht af en toe een vastendag te houden, waartoe de Maandag en de Donderdag werden uitgekozen. Zeer vrome Joden plachten het geheele jaar door op laatstgenoemde dagen te vasten. Bij een strengen graad van vasten liet men alle uiterlijke teekenen van opgewektheid, zooals het groeten van vrienden en buren, na; ja, daar waren er, die ter zijde van den openbaren weg gingen zitten in een rouwkleed, terwijl zij hoofd en aangezicht met asch bestrooiden.

„Gij" — zóo luidt het in Jezus' mond, naar aanleiding van dit zitten in zak en assche — „gij, als gij vast, zalft uw hoofd en wascht uw aangezicht, opdat niet de menschen het zien, maar uw Vader, die in 't verborgen is." Dat Jezus de verplichte vastendagen zal hebben meegevierd, mag worden aangenomen; maar overigens is het kenmerkend dat wjj — juist in onderscheiding van de leerlingen van Johannes, die het véél deden — van de leerlingen van Jezus lezen, dat zij „niet vasten". Overtuigd, dat het vasten alleen waarde had als openbaring van wezenlijke droefheid des harten, wees Jezus op het gevaarlijke van uiterlijk vertoon, hetwelk zoo licht gepleegd wordt om bij de menschen in het oog te vallen. Hij zal wel hebben ingestemd met dit schoone woord van J e s a j a :

„Zou dit het vasten zijn, dat den lieer aangenaam is, dat de menscli zich op zekeren dag kastijde, zijn hoofd buige als een riet en een zak en asch onder zich spreide? Is niet dit het vasten dat Hij verkiest, dat gij de kluisters des onrechts verbreekt, de banden der slavernij losknoopt en den onderdrukte vrijlaat? Is het niet dit, dat gij den hongerige uw brood meedeelt en den arme en vcrstootene in uw huis brengt? Dat gij den naakte kleedt en aan uw minder bedeelden volksgenoot u niet onttrekt?" Gez. 203 : 2.

Sluiten