Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn; maar wie onder u groot wil worden, zij uw dienaar, en wie onder u de eerste wil wezen, zij uw dienstknecht."

Niet hoog denken van zichzelven: dat was wel een deugd, die Jezus tot 's menchenen schoonste sieraad rekende. „Wanneer gij door iemand ter bruiloft genoodigd wordt" — sprak hij bij zekere gelegenheid — „zet u dan niet op de hoogste plaats, want waarschijnlijk zoudt gij die voor een aanzienlijker gast weer moeten verlaten, om beschaamd naar een lager plaats aftedalen. Maar zet n bij zulk een gelegenheid op de laagste plaats, opdat de gastheer tot u zegge: Vriend, ga hoog er op! Alsdan zal u eer geschieden voor het oog van uw dischgenooten. Want ieder, die zich verhoogt, zal vernederd worden; maar die zich vernedert, zal verhoogd worden."

Evenmin mogen wij ons verheffen op onze plichtsbetrachting of uitzien naar dank, als wij deden wat wij moesten doen. De mensch doe in eenvoud en bescheidenheid, wat zijn hand te doen vindt. „Zoo ook gij" — hooren wij Jezus zeggen — „wanneer gij alles gedaan hebt, wat u bevolen is, zegt: Wij zijn onnutte (onbeteekenende) dienstknechten; wij hebben maar gedaan, wat wij schuldig waren te doen." Gez. 62 : 6.

33. De gevaren van den rijkdom.

Er kwam eens een rijke jongeling met de vraag:

Meester, wat zal ik goeds doen, opdat ik het eeuwige leven liebbe?

Wilt gij tot het leven ingaan, onderhoud de geboden! antwoordt Jezus.

Welke'? vraagt de jongeling opnieuw.

Jezus noemt hem eenige der voornaamste zedelijke voorschriften op.

Meester! dat alles heb ik waargenomen van mijn jeugd af. Wat ontbreekt mij nog?

En Jezus, hem aanziende, kreeg hem lief en zei: Wilt

Sluiten