Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt verhaald — ging van buitengewone teekenen vergezeld. Door de opperzaal van den tempel, waar zij saamgekomen waren, ruischte het geluid van een geweldigen rukwind; tongen als van vuur werden op de hoofden deidiscipelen gezien; en zij werden allen met heiligen geest vervuld en begonnen te spreken met andere tongen, gelijk hun de geest gaf zich te uiten. En de buitenlandsche Joden, wegens het Pinksterfeest in Jeruzalem aanwezig — van welke er velen waren onder de inmiddels naar de zaal gestroomde schare — hoorden hen spreken, een iegelijk in zijn eigen taal. Petrus hield daarop een uitvoerige verdediging van hun geloof, die met goeden nitslag werd bekroond. Velen namen zijn woord aan en schaarden zich aan de zijde van hen, die Jezus van Nazaret als den Messias predikten.

Dit Pinksterverhaal getuigt in zinnebeeldige taal van het heilig vuur en den kloeken moed, waarmee de eerste predikers optraden. Daarom is dit verhaal later genoemd: de uitstorting des heiligen geestes.

De vereeniging dezer volgelingen van Jezus wordt eene gemeente genoemd. Zij, die tot haar behoorden, droegen aanvankelijk den naam van Nazareners. De eensgezindheid en onderlinge liefdadigheid dezer eerste gemeente worden zeer geroemd. „De menigte der geloovigen" - zóo staat er — „was éen van hart en ziel: en niet éen zeide, dat iets van hetgeen hij bezat het zijne was, maar zij hadden alles gemeen. Een zevental leden werd aangesteld tot diakenen of uitdeelers der liefdegaven aan de armen.

Van vervolging van de zijde der Joden bleven zij niet vrij. Het Sanhedrin liet de apostelen voor zich komen en pleegde geweld aan hen. Het verlangde dat men van dien Messias zwijgen zou. Maar Petrus zeide o. a.: „Men moet Gode meer gehoorzamen dan den mensehen." Een der leden, de beroemd geworden schriftgeleerde Gamaliöl, staat bekend als een man van meer wijzen en verdraagzamen geest. Hij wees er op, dat de volksbewegingen, door zekeren Thendas en later door eenen Judas den Galileeër in het leven

Sluiten