Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

allen verlangt te kennen, zie hieronder aan den voet der bladzijde ').

1'aiilus zegt ergens, dat hij en zijn helpers voorttrokken „onder eer en schande, onder kwaad en goed gemcht . Somtijds, bedoelt hij. vertelt men van ons de beste dingen, en dan weer zijn wij — gelijk hij het uitdrukt „als het uitvaagsel der wereld, aller voetwisch" geworden. Dat ondervond hij, met Barnabas, in sterke mate te Lystre. Een voorval met een verlamde, die eensklaps weer loopen kon, wordt aan hun goeden invloed toegeschreven en wekt gunstige gedachten. Misschien was er nog het een of ander: het waardig optreden of de barmhartige '/.in der beide vreemdelingen, hun welwillendheid ot hun welbespraaktheid,

1) De olympische goden zijn:

1. Ze u's (J/ipiter), die met onbeperkte macht hoven allen stoml:

Vader van goden en mensehen.

2. A polion of l'hoibos (.Apollu), god van licht en schoonheid. 8. 11 er lil es (Meiruritis), god van handel en vervoer, slimheid en

beleid; bode en heraut der goden.

J. Ar es (Mar»), god van oorlog en strijdgewoel.

5. Hephaistos (Valcan ns), god van vuur en Onderwereld; beschermer van smeden en metaalwerkers.

(i. l'oseidon (A:e/i/iiniis), god der zee.

Kn daarnaast de godinnen:

7. 11 era (■linio), echtgenootc van Zeus, koningin des hemels.

8. Athene (Minerm), godin der wijsheid.

Aphrodite (Vema), godin der liefde.

10. Ar te in is (Diana)-, godin der maan, van den nacht en van

de jacht.

11. llestia (Vetta), godin van den huiselijken haard.

12. 1)cui etc*r (('et-es), godin van den landbouw.

De naam, tusschen twee haakjes achter een anderen geplaatst, is die van de romeinsche godheid, die met de grieksehc nagenoeg in wezen overeenkomt. Men gebruikt in onze dagen de grieksehc en de romeinsche benamingen vaak door elkander heen.

Sluiten