Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

48. Gulden woorden uit de Brieven.

I.

Geloof is vast vertrouwen aangaande hetgeen men hoopt; overtuigd zijn van dingen, welke men niet ziet.

Wij wandelen door geloof, niet door aanschouwen.

(iod is licht en er is in Hem geen duisternis.

Indien wij zeggen, dat wij gemeenschap met God hebben, maar in de duisternis wandelen, dan liegen wij en betrachten de waarheid niet.

Dit is de liefde tot God, dat wij zijne geboden bewaren: en zijne geboden zijn niet zwaar.

Indien iemand zegt: lk heb God lief, en zijn broeder haat, hij is een leugenaar.

Al wat waarachtig, al wat eerwaardig, al wat rechtvaardig, al wat rein, al wat beminnelijk is, al wat wél luidt, — welke deugd en welke lof er ook zij, weest daarop bedacht!

Dwaalt niet; God laat zich niet bespotten. Wat een inensch zaait, dat zal hij ook maaien.

Wij weten, dat hun die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede.

Alle goede gave en alle volmaakte gift is van boven en daalt neder van den Vader der lichten, bij wien geen verandering is of schaduw van orakeering.

II.

Neemt de wapenrusting Gods op, opdat gij in den boozen dag weerstand kunt bieden. Staat dan vast, uwe lende met waarheid omgord en gestoken in het harnas der gerechtigheid; de voeten geschoeid met bereidvaardig-

Sluiten