Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

111.

Alle ziele zij aan de hoogste machten onderdanig; want er is geen macht, dan van God. En de machten, die er zijn, zijn door God verordend; zoodat hij, die zich tegen de macht verzet, de verordening Gods wederstaat.

Wilt gij zonder vrees zijn voor de overheid? Doe het goede, en gij zult lof' van haar hebben, want zij is Gods dienares, u ten zegen. Maar indien gij het kwade doet, zoo vrees! want niet vergeefs draagt zij het zwaard.

Eert allen, hebt de broederschap lief, vreest God, eert den koning.

Geeft een iegelijk wat gij hem schuldig zijt: schatting, tol, ontzag of eer, al naar hem toekomt.

Erkent degenen, die onder u arbeiden en die uwe voorstanders zijn in den Heer en u vermanen. Acht hen zeer hoog in liefde, om huns werks wil.

Vermaant de dienstknechten, dat zij hunnen heeren onderdanig zijn en zich welvoegelijk gedragen, niet tegenspreken, niets ontvreemden, en in elk opzicht goede trouw betoonen.

Kinderen, zijt uwen ouders gehoorzaam in den Heer; want dat is recht.

Ik zeg u, dat men van zichzelven niet hooger denkc dan men behoort te denken, maar wijs zij tot bescheidenheid.

Indien iemand meent iets te zijn, terwijl hij niets is, zoo misleidt hij zichzelven.

Bekleedt u met ootmoedigheid.

Ik heb geleerd vergenoegd te zijn in hetgeen ik ben.

Die rijk willen worden, vallen in verzoeking en strik, en in vele onverstandige en schadelijke begeerlijkheden, die de

Sluiten