Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bidden, wenschen en zuchten, maar op reële, daadwerkelijke wijze, tastbaar en waarneembaar door maatschappelijke organisatie van hand- en hoofdarbeid, nastreeft.

Arbeid, aldus is de Heiland van den nieuweren tijd genaamd.

Gelijk Christus reeds een groot aantal proselieten (bekeerlingen) gemaakt had, lang voor dat zich zijne kerk georganiseerd had. zoo heeft ook de nieuwe profeet, de arbeid, sedert eeuwen reeds gewerkt, alvorens hij, gelijk in den tegenwoordige!) tijd er aan denken kan, zich op den Troon te plaatsen en den scepter ter hand te nemen. Met de attributen (onderscheidingsteekenen) der godheid, niet Macht en wetenschap is hij uitgerust. Maar niet langs den weg der onbevlektheid en wonderbaarlijkheid is hij daartoe gekomen. Hij is onder smarten geboren, onder strijd en kwelling en zorgen groot geworden. Hoewel hij het is, welke den menschen zoover beschaafd gemaakt heeft; welke thans komt met de voorspelling hen volkomen uit alle knechtschap te verlossen en hen reeds het beloofde land Kanaiin werkelijk reeds van uit de verte toont, zoo rust thans nog heden ten dage de doornenkroon der ellende op zijn hoofd : het kruis der verachting last op zijne schouderen.

Maar weg met deze beeldspraak, weg met deze redeneering in parabelen! (gelijkenissen). De zaak zelve is zóó schoon en verheven dat zij geenerlei mistifikatie (misleiding) behoeft. Hier is sprake van de verlossing der menschheid in den waarachtigen zin van het woord. Als er ook, waar ter wereld iets heiligs mag zijn hier staan wij voor het allerheiligste! Het is geen Fetiseh1) het is geen heilige Arke, geen Tabernakel of Monstrauz2), maar het werkelijke zinrijke heil van het menschelijk geslacht. Dit heil of dit heiligdom is niet ontdekt moeten worden en niet geopenbaard, maar gegroeid uit den opgehoopten arbeid van de geschiedenis; gelijk uit het ongereede van den werkplaats; zooals uit het verbruikte materiaal en het zweet des arbeiders, het nieuwe produkt heerlijk te voorschijn komt, zoo groeide uit de nacht van barbaarschheid, uit de knechtschap des volks, uit de onwetendheid en het bijgeloof en de ellende, uit verbruikt menschenvleesch en bloed, luisterrijk en prachtig. beschenen door het licht van kennis en wetenschap, den Rijkdom van tegenwoordig. Deze Rijk/lom is het soliede fundament voor de hoop der sociaal-demokratie. Onze hoop op verlossing is niet gegrondvest op een godsdienstig ideaal, maar op massieve en materieele grondsteenen gebouwd.

De Rijkdom van onzen tijd bestaat niet bijv. alleen in die prachtige paleizen, die de bevoorrechtten dezer maatschappij bewonen; bestaat niet in de weelde hunner kleedij, niet in het goud en de edelgesteenten van hunne versierselen, noch in die massa opgehoopte kostbaarheden, die ons 'tegenglanzeu voor de winkelruiten in de groote steden. Al datgene, benevens de geldstukken in buidels

'I Fetiseh = afgod; beteekent ook zeker soort tooverij -) Monstranz = eigenlijk hostiekast in de katholieke kerk.

Sluiten