Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en geldzakken, vormt slechts een appendix (aanhangsel), zooiets als kwasten en franje, waarachter zich de Rijkdom verbergt, den rots, waarop onze hope zich heeft gebouwd.

Wat den arbeiders het recht er toe geeft, aan de verlossing van duizenden jaren lijden, niet alleen te gelooven, maar haar reeds te zien, li nar daadwerkelijk te kunnen nastreven, dat is de tooverachtig produktieve scheppende kracht, de wonderbaarlijke voortbrengingskrachtigheid van zijnen arbeid. In de geheimenissen, welke wij van de natuur hebbben afgeluisterd; in de ontdekte tooverformules door middel waarvan wij haar dwingen onze wenschen te doen gehoorzamen en hare gaven ons te doen deelachtig worden, thans Jijna zonder moeite meer, bij de steeds toenemende verbetering der arbeidsmethoden en arbeidsinstrumenten, daarin bestaat de rijkdom, die thans kan volbrengen, wat tot dusver geen verlosser heeft kunnen doen.

Alle strijd en worsteling in de wereldgeschiedenis, al het peinzen en P°£en v,an l'e wetenschap vindt zijn spits, zijn gemeenschappelijk doel 111 de vrijheid van den menscli, in de onderwerping van de natuur aan de heerschappij van zijnen geest.

,'f de yijheid .J Is zij een hersenschim, waarvan men zingt: «Vrijheid die ik min« en waarvan, nader bezien, doch alleen maar loionaal" bestaat: waarnaar de groote redenaars van het jaar 1848 gezucht en gesmacht hebben, gelijk een bakvischje naar een haar onbek. ndeii minnaar verlangt? Waarlijk, hij heeft ai een hoogst bekrompen burgerlijk begrip van haar hooge wezen, die, zooals deze kleinburgers, daarbij aan de vrijheid denkt van politietoezicht, aan de vrijheid van de nijverheidsconcurrentie, aan de vrijheid om zijn godsdienstige, politieke of welke andere overtuiging te belijden; aan de vrijheid zich met zijne geestverwanten ergens in een lokaai ot aan de vrijheid onder den vrijen hemel te mogen vergaderen en publieke aangelegenheden te mogen bespreken.

Alle deze dingen zijn de franje en de omhang van de vrijheid. Onze liberalen en vooruitstrevenden, die nog zoekende zijn naar dat klatergoud, hebben reeds lang het volk het werkelijke lichaam der vrijheid, als privilegie (voorrecht) weggenomen. Wat zij bezitten en grootendeels reeds in overvloed genieten: de bevrijding van het juk der slavernij van den arbeid, de bevrijding van den nood, ellende en zorgen, van den honger, kommer en onwetendheid; de bevrijding van den plaag, het lastdier te zijn van de hoogere standen deze vrijheid en wel die voor de massa, voor het volk, dat is het heilige doel, dat de zoo oneindig rijk-geworden menschelijke kracht van den arbeid als plicht heeft te vervullen,

Gewis, ook nog heden ten dage, is de menscli afhankelijk van de natuur. Hare onaangenaamheden zijn niet allen nog overwonnen. Nog steeds blijft voor de beschaving veel te doen, ja, is hare taak nog oneindig. Maar m zooverre zijn wij haar meester, dat wij ten slotte toch de wapenen kennen, waarmede wij haar bedwingen kunnen. Wij kennen de methode haar van een gevaarlijk beest, tot een

Sluiten