Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

reden van bestaan had, zal hier niet worden ontkend. Waar de menschheid nog niet de geschiktheid en de middelen bezat, haar kruis af te werpen, was de geest van de resignatie (toevlucht) tot <iod niet alleen een balsem, maar tevens eene werkzame tuchtroede, die in staat was hem voor te bereiden voor den zinrijken verstandsarbeid der beschaving. De godsdienst heeft den geest gecultiveerd (beschaafd). Hoe evenwel kan een zoodanige beschaving eenig doel hebben, wanneer zij er niet toe diende, om door middel van den geest, de reële wereld, de materie (stof) te cultiveeren ? Ik weet wel, geliefde hoorders, dat het christendom zelf, dit eenig waarachtig aardsch doel van zijn bestaan loochent; ik weet wel, dat het voorgeeft dat »zijn rijk* niet is van «deze wereld» en dat zijn taak is, de redding onzer onsterfelijke ziel. Maar wij weten óók, dat men niet altijd kan, wat men wil: werkelijk niet altijd doet, wat men meent te doen. Wij onderscheiden tusschen datgene wat men denkt en dat wat men is. En wel bijzonderlijk den materialistisch denkenden sociaal-demokraat heeft zich eraan gewend, de menschel) niet naar enkele op zich zelf staande gedachtensplinters, maar naar de bestaande werkelijkheid te beoordeelen.

Werkelijk en lijfelijk wordt het doel der godsdienst eerst verwezenlijkt door materieele beschaving, door de cultiveering der materie. Wij noemden den arbeid de heiland, de verlosser van het menschelijk geslacht. Wetenschap en arbeid, hoofd- en handenarbeid, zijn slechts twee verschillende gestalten van denzelfden inhoud. Wetenschap en handenarbeid zijn gelijk God-Vader en God-Zoon, twee dingen, doch slechts eene zaak. Ik zou mijne geachte hoorders, deze waarheid een kardinaal-dogma (hoofdleerstuk) kunnen noemen van de sociaal-demokratie, ware het dat deze een kerkleer was, en verstandelijk inzicht den naam van een dogma zou gegeven kunnen worden. De wetenschap was net zoo lang ijdele speculatie (overpeinzing), die nauwelijks op eenig belangrijk resultaat kon roemen, totdat zij tot de ervaring kwam, dat tot denken, tot leeren en begrijpen een zinnelijk objekt (voorwerp), de handen, d.w.z. het werk der zinnen, noodzadelijk waren. Deze verbinding van hersen- en zinnenarbeid is het, die de natuurwetenschap onderscheidt van alle vroegere speculatieve wetenschappen. De wetenschap der Ouden was grootendeels speculatie, d.w.z. zij meenden haar met het hoofd alléén, zonder hulp van de zinrijke werkelijkheid, zonder ervaring voort te kunnen brengen. Maar dit product was geen wetenschap. De oude handwerkers daarentegen, hebben het werk der handen niet van dat van het hoofd gescheiden en of al hunne materieele voortbrengselen ook verbruikt zijn geworden, wij hebben aan deze werkdadige onderzoekers, onze wetenschap toch grootendeels te danken. Terwijl de inhoud van gansche bibliotheken, met hunne perkamenten en in leder gebonden folianten, te zamen gesmolten is tot de waarde van antikwiteit, heeft de traditie ons de wetenschap van het handwerk bijna onbeschadigd overgebracht, (Jelijk onbeschaafde volkeren

Sluiten