Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar of christendom en socialisme ook al enkele punten hebben waarin zij op elkander gelijken, hij die den Christus tot een socialist heeft gemaakt, verdient den titel van verwarringsstichter, want, niet datgene wat den socialist met den waren christen gemeen heeft, maar wat hem van dezen onderscheidt, behoort in het licht te worden gesteld.

Het christendom is eenmaal de religie van de knechtschap genoemd. Dit is inderdaad eene zeer uitstekende definitie. Slaafsch, is zeer zeker alle religie, maar het christendom is de slaafsche onder den slaafschen. Het is bovenmatige deemoed in hare algeheele erbarmelijkheid. De mensch, die van het geloof aan de macht eener almachtige uitgaat, voor de krachten van de natuur in het stof kruipt, zich aan een gevoel von onmacht overgeeft en zich in hare erbarming aanbeveelt, kan geen bruikbaar medelid onzer tegenwoordige samenieving, althans geen strijder voor onze zaak zijn. En als onze moderne geloovigen anders zijn, als zij onbekende machten kloek in de oogen zien, als zij werkelijk aan den arbeid gaan 0111 onbekend onheil tegen te gaan, dan eonstateeren zij hiermede tevens hun eigen afval van het geloof. Want hoewel zij hunne namen hebben behouden, hunne gezangboeken en vrome gemoedssinarten nog wel erop zijn blijven nahouden, in hun doen en laten zijn zij de meest volkomene anti-christenen.

Het christendom, mijne hoorders, eisclit onthouding, terwijl heden ten dage onverpoosden arbeid ter bevrediging onzer materieele behoeften noodzakelijk is. Op God vertrouwen is de voornaamste kwaliteit eens christens; zelfvertromven, het strengste deel daarvan, is voor den arbeid de eerst noodzakelijke eigenschap. Wie het in zijn hoofd komt te zeggen, dat ook in het ware christendom den arbeid op zijnen plaats is; geen onchristelijk ding, maar in het christendom is opgenomen, getuige het woord: »Gij zult op (jod vertrouwen maar uwe talenten daarom niet begraven, die is een sophist van een zeer plat soort. De christelijke arbeid is van den huidigen. mijlen ver verschillend. De christen arbeidt voor een hemel, om zijn lichaam te kastijden, de lusten te onderdrukken. En wanneer hij voor brood en levensonderhoud werkt, zoo behoort dit alleen maar voor levensonderhoud te zijn, 0111 de plagen van dit onderaardsche tranendal te verlengen en om daardoor met des te meer grond het eeuwige leven waardig te worden. »Wie zijn leven op deze wereld haat, die zal deelachtig worden liet eeuwige leven!« (Johannes 12, 25) Hemelsche eeuwigheid is het doel van den christen; het alledaagsche werk is het doel van verstandige mensehen.

De ehristelijk-phantastisehe verlossing, welke de plagen dezer wereld ir. plaats van door daadwerkelijken arbeid, door gelooven en hoper. verhelpen wilde, kon tegenover de verstanriigen eiscli naar materieel levensgenot geen stand houden. De ketters en de reformatoren, de liciitvrienden en de moderne theologen, zij hebben

Sluiten