Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onzer burgenlijke wetenschap afkeerig maakt. Zij zien lioe liet handwerk tier beurzensnijderij bedreven wordt onder den akade111isc 11eii rechtstitel, en het is van «laar dat liiimir neiging komt, (Ie phijsieke (lichamelijke) arbeid te over-, emle geestelijke te onderschatten. 1'hijsieke kracht en materieel overw icht was van oudsher het voorrecht der arbeidende volksklassen. En bij gebrek aan geestelijke ontwikkeling hebben zij zich laten overbluffen. Maar •Ie emancipatie (vrijmaking) van de arbeidende klasse eischt, dat deze zich ook meester maakt van de wetenschap onzer eeuw. Het zuivere gevoel van verontrusting over de ongerechtigheden, die wij te verduren hebben, is in weerwil van ons overwicht in getal en lichamelijke kracht, niet toereikend ter onzer bevrijding. De wapenen des geestes moeten hier ter hulpe komen. Kn onder de menigvuldige wetenschappen uit dit geestelijk tuighuis, vormt de kennistheorie of de wetenschapsleer, d. w. z het begrijpen der wetenschappelijke denkmethode, een afdoend wapen tegen het religieus geloof, die dit zijn laatste en meest verborgenste schuilhoek zal uit drijven.

Het geloof aan Goden en half-goden. aan Mozes en de propheten, aan den Hijbei en de «door god ingestelde overheden,« kortom het autoriteitsgeloof, vindt zijne radikale vernietiging in de wetenschap van den geest. Zool.ing men niet tot de erkenning is gekomen, hoe, en vanwaar de wijsheid komt en ontstaan i*\ is men lichtelijk geneigd, zich een X voor een IJ gewaar te laten maken. De zuivere kennis, hoe gedachtenspaanders gemaakt worden, stelt ons theoretisch op een standpunt, dat ons van goden, boeken en menschen onafhankelijk maakt. Terwijl de wetenschap het dualisme tusschen geest en materie oplost, ontneemt zij de nog steeds heerschende verdeeling, in heerscher en beheerschte, in onderdrukker en onderdrukte, haren laatsten tlieoretischen grond.

De wetenschap, in den uitnemenden zin van het woord, zou nooit een auditorium (gehoor) vinden onder diegenen, welke door hun gepriviligeerd bezit er belang bij hebben liet rad der geschiedenis in zijne omwenteling te doen remmen. Zij wendt zich niet het volste recht tot de onpartijdigen in dezen, tot de bezitloozen. tot de onterfden en de onderdrukten. Ter zake! De geest is geen spook en geen adem gods. Idealisten en materiali-ten zijn het ten dien opzichte eens, hij behoort tot de categorie (orde) der »\\eielrtlijke zaken*, woont in liet nienschelijke hoofd en is niets anders dan de abstrakte (afgetrokken) uitdrukking, het verzamelwoord voor de elkander opvolgende gedachten. Wanneer nu geest een ander woord is voor: onze geschiktheid tot denken; wie kan dan nog den wel-is-waar paradoxe (gewaagde.) maar door de ervaring bevestigde stelling bestrijden, dat geestelijken arbeid eene lichamelijke inspanning is? Hier nu, stel ik u mijne geachte hoorders, eensklaps voor eene der moeilijkste hoofdstukken van de tegenstelling. Zooals lijn en punt slechts meetkundige begrippen

Sluiten