Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van breuken onder de oogen te krijgen, behoort ook reeds tot het verleden ; weldra zullen we ook dit als iets heel gewoons gaan beschouwen.

De aarde alleen zien wij groot, alle andere wereldbollen klein ; bevonden wij ons op Mars, of een andere planeet, dan zouden wij deze groot, alle andere ook de narde klein zien. liet psychisch subject in den mensch is dus ook al weer voor hem de schepper der groote wereldbollen.

Bovendien, laten wij niet vergeten, dat, wanneer wij menschen er al in zijn geslaagd in trouwen arbeid de „hooge werken" te verstnan, wij slechts een zandkorreltje tot voorwerp van studio hebben gemaakt en er wellicht dan nog millioenen zonnestelsels op onze studie wachten.

Met het oog op oneindigheid in tijd en ruimte is de uitspraak nog al begrijpelijk, dat er zonnen zijn, zoover van ons verwijderd, dat het licht vandaar ons toegezonden nog niet den tijd heeft gehad ons te bereiken.

Werkelijkheid.

„Voor den waanwijze is de wereld een beeld ; voor den spitsvondige een begrip ; voor den vrome een droom ; maar voor den onderzoeker werkelijkheid."

Heel aardig gezegd, doch niet juist. Het laatste deel had moeten luiden, mnnr voor allen werkelijkheid, dat wil zeggen, wij zien, wat wij zien ; wij liooren wat wij hooren enz. Do werkelijkheid is voor ieder mensch het eerste, maar ook het eenig meest onmiddellijk gegevene Let slechts op de ontwikkeling van het jonge kind.

Het Ik is het waarnemende, denkende, willende, gevoelende, sprekende, handelende. — Het is bij de geboorte niet aanwezig; het psychisch subject in zijn oorzaken ml.—

Sluiten