Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aanleiding of oorzaak, misschien van geen kwaad wetende, aansprakelijk te stellen voor hunne verkeerdheden?

In beperkten zin kan dus slechts van wilsvrijheid sprake zijn. Hoe heerlijk de gedachte zich ganschelijk vrij te gevoelen en zich nochtans in de veilige, beschermende hoede van die almacht te weten, die van geen wankelen of wijken weet.

Laat men de wordingsgeschiedenis van het Ik buiten beschouwing en plaatst men het alreeds ontwikkelde tegenover de krachten, die daarop werken, dan blijkt het, dat het Ik met alle kracht, waarover het te beschikken heeft, in volle vrijheid dus, optreedt. De menschelijke wil is vrij beteekent niet, de menschelijke wil kan alles doen en laten naar verkiezing, dan zou de wil almachtig zijn. Het beteekent ook niet, dat iemand op een gegeven oogenblik anders zou hebben kunnen handelen dan hij deed: dit zou in strijd zijn met de almacht der schepping. Het beteekent wel, dat hij een seconde na het gepleegde kan zeggen: „Ik had dit of dat niet moeten doen !"

Wolft', starende op het, zoo hij meende, „niet aanwezig zijn van een vrijen wil," wat geen andere beteekenis kan hebben dan het „niet aanwezig zijn vtin een wilv — wie de wilsvrijheid ontkent, ontkent immers ook het aanwezig zijn van den wil, daar vrijheid toch zeker niet de beteekenis heeft van almacht — verklaarde, dat men een deserteur bijvoorbeeld eigenlijk niet zou mogen straffen, als gehandeld hebbende niet alleen niet uit vrijen wil, maar gedreven door een niet te wederstreven vereeniging van machten; een uitspraak, waardoor hij zich de ongenade van Frederik den Groote op den hals haalde, den monarch, wiens vriendschap hij tot dusverre in hooge mate genoten had. Een eigenaardige verklaring! Is het niet, of Wolff in deze verklaring

Sluiten