Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overeenstemming met het algemeen gebruikelijke te spreken, van den almachtigen God, zonder wiens wil geen muschje dood ter narde valt.

Die God bestaat, evenzeker als voor ons de aantrekkingskracht der aarde ; toch was er een Newtou noodig om die te ontdekken.

Die God bestaat, evenzeker als voor ons de luchtdruk; toch was er een Torricelli noodig om dien aan te toonen.

Die God bestaat; dit is geen geloof, mnar wetenschap; evenwel was de Grootste aller menschen noodig om dien eenigen, waren God te leeren kennen.

Christus noemde den mensch: Het kind van God.

God hoort en ziet alles, leerden wij reeds als kinderen. Eens, toen ik de vermetelheid nam mijn onderwijzer bij wijze van interruptie mede te deelen, dat ik niet geloofde, dat God in een donkeren kelder met gesloten deur kon zien om daar een ondeugenden snoeper te bespieden, moest ik mijn verregaande onbeschaamdheid, misschien wel als een onverbeterlijke deugniet, boeten met een standplaats in den hoek.

Zou hij, die het oog geformeerd heeft, zelf niet kunnen zien? leerden wij later.

Wanneer wij nu zeggen: ons bewustzijn in ons, is Gods bewustzijn in ons — bedoelen wij daarmede niet anders dan, dat mede door de werking van 't psychisch subject in zijn oorzaken onbekend het bewustzijn van lieverlede in ons gewekt is.

Deze erkenning noemt men het werk van de rede en stempelt ons menschen tot redelijke wezens in tegenstelling met het redelooze vee.

„Geweten, godspraak in ons binnenst Van al wat machtig is het verwinuendst."

Sluiten