Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Luther over te leveren aan de wraak der Kerk, zoodat de banvloek over hem uitgesproken zonder uitwerking bleef. Wat echter door den Paus niet rechtstreeks is te verkrijgen, zal hij zijdelings beproeven. Karei V, de Keizer van Duitschland heeft, op aandrang van den Paus op zich genomen, om de zaak te onderzoeken.

Te Worms wordt een rijksdag belegd met het bepaalde doel, om nevens andere hooge aangelegenheden van het rijk, ook de bestaande godsdiensttwisten te behandelen en den vrede der kerk te herstellen.

Luther wordt voor den rijksdag gedaagd, om zich daar te verdedigen; terwijl een keizerlijk vrijgeleide op zijn heenen terugtocht tot bescherming wordt beloofd.

Luthers vrienden, bevreesd voor zijn leven, raden hem af de reis te ondernemen. Doch Luther snijdt al hunne bezwaren af met dit moedige woord : „Al mochten ze ook een vuur stoken dat van Wittenberg tot Worms brandt, zoo zou ik daar toch in naam des Heeren verschijnen".

Ook op zijn weg naar Worms beproeven velen hem nog te doen terugkeeren. Doch al hun smeeken is te vergeefs. „Ik zal naar Worms gaan", is zijn antwoord, „al waren er ook zooveel duivels als pannen op de daken".

In het voorjaar van 1521 is te Worms eene schare van aanzienlijken vereenigd in zoo grooten getale, als men nooit te voren had bijeengezien. Met Karei V aan het hoofd zijn daar vereenigd zeven keurvorsten, acht en twintig hertogen, vijftig mark- en rijksgraven, dertig hooge geestelijken en bisschoppen, twee gezanten van den Paus en anderen, te zamen meer dan twee honderd personen.

Voor die vergadering, die uitblonk door aanzien en pracht, staat een eenvoudige monnik, die zijn eerste levenslicht in eene boerenwoning heeft ontvangen. Het is Luther, die aan de roepstem des keizers gehoor heeft gegeven en in naam zijns Heeren verschenen is.

Met de meeste vrijmoedigheid en met den gloed der overtuiging verdedigt hij alles, wat hij heeft geschreven en gedaan tegen de kerk.

En als hem eindelijk wordt gevraagd of hij wil herroepen, klinkt zijn antwoord : „Tenzij ik door de getuigenissen der heilige schrift of door openbare duidelijke en heldere bewijzen overwonnen en tot eene andere overtuiging gebracht worde (want aan den Paus en de kerkvergaderingen sla ik alleen en op zich zelve geen geloof, daar'het zoo klaar als

Sluiten