Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die Gereformeerd waren of hiervoor doorgingen, dezelfde zienswijze hadden en dezelfde gedragslijn voorstonden."

Dr. Hoedemaker kwam destijds reeds op tegen het streven van de partij van de „Gereformeerde commissie van advies", waarvan Dr. Kuyper de ziel was. Hij schreef o. a. (in de Heraut van 13 April 1879): „Het beroep op art. 11, Alg. Regl., is b.v. niet ernstig gemeend. Immers, met dit art. in de hand moet men de handhaving eischen van de Gereformeerde belijdenis, niet voor zoover dit A, B of C aangenaam is of gelegen komt, maar zooals zij daar ligt, en terugk?eren niet alleen tot die belijdenis, maar ook tot den kerkvorm, die onafscheidelijk daarmede samenhangt. Wenscht men dit? Wij nemen de vrijheid dit te betwijfelen!"

Hen herinnert zich, dit is geheel hetzelfde bezwaar, dat wij in ons vorig artikel tegen de nieuwe actie en haar willekeurig verzwijgen van haar eigen gravamen tegen art. 36 onzer Geloofsbelijdenis hebben ontwikkeld.

Intusschen, Dr. Kuyper ging door. Het kwam ook destijds tot een „Bond" en wel een „Kerkeradenbond", een bond nl. van die Kerkeraden, die zich verklaarden te stellen op den grondslag van de drie formulieren van eenigheid. Dr. H. doorzag, dat men zoodoende een „Kerk" ging vormen in de Kerk, dat men zich zoodoende begon af te scheiden in de Kerk en dat men zoodoende het herstel der Kerk als geheel eer tegenhield dan bevorderde, juist omdat men ging een zuiver willekeurigen weg, een weg, die veel meer door het verstand eens menschen berekend was dan dat hij door Gods voorzienigheid als het ware kennelijk was aangewezen. Dr. H. gaf zijne bezwaren te kennen, omdat hij „deze aaneensluiting van gemeenten hier en ginds, bij wijze van vereeniging buiten de kerk, en wel met een strategisch (krijgskundig) doel in strijd achtte met het recht en de roeping der Kerk", en „berekend om eene meer normale openbaring van de Kerk in de toekomst onmogelijk te maken."

Men luisterde echter niet naar de waarschuwende stem van Dr. H. Dr. Kuyper ging door, maakte zich van de bezwaren af, door er niet op in te gaan, en kwam ten slotte uit... eerst bij de doleantie, later bij de afscheiding doch niet bij de herstelde Ned. Herv. Kerk.

Het is inderdaad merkwaardig, hoe de „duistere" Dr. Hoedemaker al deze dingen reeds in 1880 met klaren blik doorzag,

Sluiten