Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

misstand, dat de physici in den regel te weinig chemici, de chemici te weinig physici zijn, dan dat de eene groep van natuuronderzoekers belangstelling zoude toonen voor de onderwerpen, die der andere belang inboezemen.

Deze verkeerde toestand treedt vooral ddAr aan het licht, waar de physica en de chemie, om zoo te zeggen, samenvallen, namelijk op het gebied der elektrische verschijnsels. Hier is degeen, die alleen de physica beheerscht, evenmin in staat iets te praestccren als hij, die alleen in de chemie thuis is ; voor hen echter, die naast grondige chemische kennis een juist inzicht in het Voltaïsme bezitten, biedt dit gebied een uitgestrekt veld tot onderzoek aan, en zij mogen, wanneer zij daarop werkzaam zijn, de hoop koesteren hoogst belangrijke chemische problemen te zullen oplossen, en wel vooral die, welke betrekking hebben op de constitutie der samengestelde lichamen."

Ligt in deze eenvoudige woorden niet, in groote trekken althans, het geheele arbeidsprogramma opgesloten, dat een jonger geslacht van chemici, met van 't Hoff, Arriienius, Ostwald en Nernst als leiders, ruim veertig jaren na het verschijnen van Sciiönbeins werkje heeft opgesteld en met onverdroten ijver nog steeds uitbreidt?

Voor zoover mijne nasporingen in deze richting mij geleerd hebben, vinden wij bij Sciiönbein de

Sluiten