Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zooais dit slechts verwacht kan worden in die streken, waar het serail in werkelijkheid tehuis behoort en waarin het gesprokene helaas den indruk begon te maken van beter bestudeering der „détours" dan van het te behandelen onderwerp zelf.

De schrijver dezer regelen meent zelfs een serie van dergelijke oogenblikken opgemerkt te hebben en heeft daarbij het oog op nagenoeg alles, wat door den minister gezegd werd naar aanleiding van de verlegging van den Maasmond en gevoerd heeft tot het besluit om over te gaan tot de opening der nieuwe rivier, een serie, die geacht kan worden aan te vangen bij de aangrijpende beschrijving van de kennismaking des ministers met den Amer bij stormweer, (Hand. lste Kamer, pag. 225, verg. van 4 Febr. 1902) om te eindigen met de woorden aangehaald aan het hoofd van dit opstel.

Onder de technici, die met eenigen aandacht den loop der gebeurtenissen hebben gevolgd, zullen er slechts zeer weinigen te vinden zijn, die zullen durven beweren, dat de voorlichting van het Nederlanasche volk in de duistere Maasmondgeschiedenis van dien aard geweest is, dat het over de portée der voor korten tijd gevallen beslissing, om over te gaan tot de opening van de nieuwe rivier, met voldoende kennis van zaken kan oordeelen; daarentegen zullen er velen te vinden zijn, die de meening zijn toegedaan, dat vermeerdering van toelichting de duisternis slechts nog dieper deed worden.

De voorstelling alsof ons volk mede zou kunnen juichen in een „concert van triomf" moet dan ook wel zoo volkomen in strijd met de werkelijkheid zijn, dat schrijver meent, dat slechts een Oostersche verbeeldingskracht tot het uitspreken van dergelijke woorden kan voeren, tenzij men onder „volk" alleen diegenen rekent, die hoera roepen, als zij iets schitterends zien, al is het slechts klatergoud.

Sluiten