Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„van Noord-Brabant, de minister bereid zal worden bevonden, „daarin nader te voorzien."

Daar aanhaling A. alles bevat, wat het V. V. over den nieuwen Maasmond zegt, kan men niet beweren, dat de leden der 2de Kamer juichtonen aangeheven hebben; de kalme lezer kan uit de eerste vraag niet anders opmaken, dan dat de 2e Kamer niet veel vertrouwen toonde te hebben in de vroeger aan haar overgelegde berekende waterstanden en uit de tweede vraag, dat zij verlangde in de toekomst controle te kunnen uitoefenen.

Laat ons thans luisteren naar het triomfgeschal van de Regeering, zooals dit ons uit de Memorie van Antwoord zal tegemoet klinken:

Aanhaling B.

„De waterstanden op de Maas, welke na opening der „nieuwe rivier bij verschillenden afvoer zullen voorkomen, „zijn bij het opmaken van het ontwerp tot verlegging van den „Maasmond berekend en vermeld in Bijlage II der Memorie „van Toelichting bij het ontwerp van wet van 11 December „1885 (Staatsblad No. 234) inzake de onteigening ten be„hoeve van de verlegging van de uitmonding der rivier de „Maas. Bij de berekening is echter uitgegaan van een toestand „van permanentie op die rivier. Aangezien nu die toestand „zich slechts zal kunnen voordoen op het gedeelte der rivier, „waar de invloed der getijden niet meer beteekenend zal zijn „d. i. boven St. Andries, kunnen de uitkomsten van die beregening alleen van werkelijke waarde zijn, voor zooveel zij „betrekking hebben op hooger gelegen plaatsen.

„Een juiste berekening, waarbij gelet wordt op vloed en „eb, is niet te geven, terwijl eene vergelijking van de rivier „de Maas en de nieuwe rivier met andere rivieren, bijv. de „Lek, wegens niet overeenkomstige omstandigheden evenmin „tot nauwkeurige cijfers kan leiden. Ondergeteekende meent

L.

Sluiten