Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wenschen, dat Gelderland noch Noord-Brabant nu noch in een verre toekomst schade lijden zullen. Een zeventienjarige werkkring bij het groote werk en een meerjarige rivierstudie gaven hem de zekerheid, dat door de thans gevolgde werkwijze zeker schade, wellicht gevaar zal ontstaan. Of die schade, dat gevaar, spoedig zullen volgen, niemand, de Regeering evenmin als de schrijver, kan dit voorspellen; zal de schade groot, het gevaar ernstig zijn, niemand, ook de Regeering niet, kan het zeggen; noch de Regeering noch hij weten immers of de Boven-Maas weder spoedig zijn afvoer tot een minimum zal doen dalen en daaronder scheepvaart, landbouw en nijverheid schade laten lijden of wel, of er spoedig weder groote watermassa's lang haar bed zullen afstroomen met dreigend gevaar voor de Bommelerwaard en het oostelijk deel van Noord-Brabant. Met deze onzekerheid voor ons moeten wij ons wel afvragen — wordt er met de belangen van de beide provincies niet een gevaarlijk spel gespeeld?

Thans is het te laat om nog terug te treden, om nog te wijzigen, slechts blijft er een kleine kans, dat na de ernstige waarschuwingen in de toekomst „sprongen in het duister" zullen worden vermeden, dat men bij onze volksvertegenwoordiging niet meer met onbegrijpelijke en ondeugdelijke berekeningen zal kunnen aankomen en dat door de meest mogelijke publiciteit te eischen en in de hand te werken van al, wat het gevolg van de thans tot stand gekomen opening der nieuwe rivier zijn zal, de behartiging der belangen van allen, zoowel van de kleine als van de groote luijden naar behooren zal kunnen geschieden.

Komt er schade, dan zal men zich niet kunnen verschuilen achter „buitengewoonheid der omstandigheden" of de onmogelijkheid om te voorzien, wat er gebeuren zal, want men is gewaarschuwd geworden met klem van redenen, al nam men niet de moeite om te weerleggen, dan zal er

Sluiten