Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te beginnen van beneden, een werk, te meer nuttig en noodig omdat, zoolang het Scheur niet verwijd is, men niet het volle nut heeft van de dammen in zee, zooals deze met groote kosten zijn aangelegd.

Blijkbaar heeft de Staats-commissie dat niet gevoeld en vandaar haar voorstel tot vernauwing van het Scheur in verband met haar andere voorstel tot afdamming der Oude Maas, eeu voorstel, dat op de bovenrivieren tehuis zou heliooren, doch niet hier.

Maar nu het blijkt, dat de doorgraving der oostelijke punt van Rozenburg, door het leiden der Oude Maas in het Scheur, wel degelijk aan de zaak dienstig zal zijn, naar mijn oordeel niet weinig, zou de vernauwing van het Scheur zelfs in den eigen gedachtengang der Staats-commissie, moeten vervallen.

Ter verduidelijking van een en ander meen ik overigens wel te mogen verwijzen naar mijne mededeeling over vloed en el> op de benedenrivieren, voorkomende in de verhandelingen van het Koninklijk Instituut van Ingenieurs van 1860—61.

Ik herhaal ten slotte, dat liet mij niet te doen is om kritiek, maar enkel om het belang der zaak, zooals ik dat inzie.

Februari 1902.

Sluiten