Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

127). Voetius verklaart zich voor continuatie, als de staat van zaken of ernstige omstandigheden het verkieselijk maken. Het komt hem echter het beste voor, als er een van de twee of drie visitatoren wordt gecontinueerd, opdat deze door de visitatie van het eene jaar met den toestand der kerken bekend, het andere jaar de kerken weer bezoeke. (Voetius. Pol. eccl. Pars III pag. 97). Het denkbeeld van Voetius komt ons alleszins aanbevelenswaardig voor, want daardoor wordt een gevaar vermeden, dat er in continuatie schuilt, namelijk het opkomen van een soort superrintendentschap en een nadeel weggenomen, dat er gepaard gaat met nieuwe benoeming, namelijk onbekendheid met den toestand der kerken. — Op welke wijze moeten de kerkvisitatoren worden benoemd V Bij vrije verkiezing of naar volgorde, zoodat alle leden der Classis een beurt krijgen? De Kerkenordening van Dordrecht geeft aan het eerste de voorkeur. Art. 4-4 bepaalt: „een ytler classis zal eenige Predicanten uyt den haren deputeren, ten minsten twee van de outste, ervarenste en voorsichtichste." Voetius geeft daarvoor als reden op, dat aan nieuwelingen maar ook aan ouderen, die voor de kerkelijke practijk minder geschikt zijn, de kerkvisitatie niet gerust kan worden toevertrouwd, tenzij een der kerkvisitatoren volgens volgorde en de andere door vrije verkiezing worde benoemd a). (Pol. eccl. Pars III pag. 97). Dat laatste verdient, onzes inziens, ernstige overweging. Wanneer de verkiezing zoo plaats heeft, wordt er partij getrokken van de bekwaamheden der oudsten en meest ervarenen, terwijl de

d) Voetius zegt (Pol. eccl. Pars III pag 97), dat er in zijn tijd Classen waren, die twee of drie afdeelingen hadden, bestaande uit de oudste helft en de jongste helft of uit het oudste derde, het middelste derde en het jongste derde en er uit elk dezer twee of drie afdeelingen een deputaat werd benoemd om te voorkomen, dat niet altijd de oudsten en meest geoefenden naar de Synode werden gezonden. De leden van het jongste deel schoven natuurlijk voortdurend naar liet oudste deel op.

In de 17e eeuw was het echter nog meer gebruikelijk, dat de Classe naar de standplaatsen in ringen verdeeld was, en dat uit eiken ring een deputaat gekozen werd, dikwijls bij toerbeurt.

De meerdere vergaderingen kunnen bij de benoemingen voor allerlei deputaatschappen winst doen met deze gewoonte onzer vaderen. Bestaat er tegenwoordig geen gevaar meer dat alleen de oudsten en £ eest geoefenden worden benoemd V

Sluiten