Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De patroons ontkennen dit. Een patroon deelde wel mede, dat er in de jaren 1875—1883 een periode van schaarschte van werklieden was, waardoor er wel ƒ 14 & 15 verdiend werd en dat daarna de loonen weder gedaald zijn

Het loon in de rietbewerking ten slotte bedraagt gewoonlijk een vierde van den prijs ; de helft wordt voor materiaal, het laatste vierde voor den patroon gerekend; het is over het algemeen hooger dan dat der mandenmakers en varieert tusschen / 12 en 14, maar nadert meestal ƒ14.

III. De arbeidstijd. Tengevolge van het stukwerk bestaat er eigenlijk geen vaste arbeidstijd, maar in de praktijk is deze toch in het geheele bedrijf ongeveer gelijk : hij bedraagt over het algemeen 14 uur met de schafttijden mee, 12 uur zonder deze, in den winter evenwel een half of een heel uur korter. Men begint gewoonlijk 's zomers om 6 of 6V2 uur, 's winters om 7 uur. Eigenaardig is het, dat de opgaven omtrent den arbeidstijd van werklieden van eenzelfde werkplaats somtijds niet overeenkomen. De coöperatie werkt als regel 70 uur per week en houdt i'/j uur schafttijd per dag ; er zijn evenwel een paar werklieden, die wel de eerste dagen van de week en ook soms nog op andere dagen verzuimen.

Er bestaan in beide branches van het mandenmakersbedrijf slappe en drukke tijden. De drukke tijd valt in het voorjaar; er wordt dan overal veel overgewerkt.

IV. Werkplaatsen. Het meest wordt door de werklieden hierover geklaagd. Het volgende staatje geeft een overzicht van tien werkplaatsen, waarover uitvoerige gegevens werden ontvangen :

Sluiten