Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Christelijke geloofsbelijdenis moet door de jongelingen en jongedochters worden afgelegd in de Luthersche kerk.

(xefoo/Vbelijdenis, belijdenis van wat men gelooft, als waarheid erkent aangaande de onzichtbare, geestelijke, hoogere, eeuwige dingen, welke betrekking hebben op het geestelijk bestaan van den mensch, de onzichtbare macht en invloeden waaronder hij hier op aarde zijn leven moet leiden, de roeping en verplichtingen, waaraan hij in zijn zedelijk leven heeft te beantwoorden en het geluk dat voor tijd en eeuwigheid het deel kan zijn en worden van den oprecht geloovige.

Die geloofsbelijdenis moet eene Christelijke zijn. Het afleggen daarvan is dan ook eene Christelijke taak, door Jezus Christus, den Koning der kerk, den Heer der gemeente haar opgelegd en waaraan Hij eene heerlijke belofte heeft verbonden naar zijn woord (Matth. 10 : 32): Een ieder dan die mij belijden zal voor de menschen, dien zal ik ook belijden voor mijnen hemelschen vader, en waaraan Hij de zoo ernstige waarschuwing toevoegde (vers 33): maar wie mij verloochent voor de menschen, dien zal ik ook verloochenen voor mijnen hemelsehen vader.

De Heer heeft de taak dus zeer duidelijk aangewezen, nl., dat wij Hem hebben te belijden, Zijn persoon, Zijn werk, Zijne verschijning en alles wat daartoe behoort. Nu komt natuurlijk aanstonds de vraag: Wat dunkt u van den Christusf Die vraag heeft Jezus zelf tot de zijnen gericht, omdat Hij, de hoogste leeraar, wel voorzag, dat om dit punt zich alles in de toekomst van Zijn Rijk zou wenden en keeren. Goddank, heeft Hij er dan ook voor gezorgd, dat wij op die vraag een door Hem goedgekeurd afdoend antwoord hebben: Gij zijt de Zoon des levenden Gods. Dat was de belijdenis van Petrus, den rotsman, en Johannes, die in de innigste gemeenschap met zijn Heiland leefde, verklaarde later eenvoudig en voor ieder onbevooroordeelde open en duidelijk: Iedere geest die belijdt dat Jezus Christus in het vleesch gekomen is, die is van God; d. i. naar zijn Evangelie (1: 13) „niet uit het bloed,

Sluiten