Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitwendige Godsgemeente ingelijfd. De Drieëeuige God heeft hun daartoe door Zijnen Ambtsdienaar het zegel op het voorhoofd doen drukken en hen aldus in beginsel erkend als Zijne kinderen om Christus' wille en heu opgenomen in het GenadeVerbond der Nieuw-Testamentische Bedeeling.

In den Heiligen Doop hebben wij het fundament, den grondslag, het eigenlijke beginsel te zoeken van de geloofsbelijdenis later door de gedoopten zelfstandig af te leggen.

Bij den doop van het kind wordt niet slechts uitgesproken wat het eenmaal als man of vrouw zal hebben te belijden en alzoo de lijn aangegeven waarlangs de gansche ontwikkeling moet plaats hebben, maar wordt ook in het kind de kiem of het beginsel gelegd van wat het eenmaal als Christen moet worden, een wedergeboren schepsel in het Godsrijk, dat tot eer van zijnen God zal hebben te leven en voor tijd en eeuwigheid deel zal kunnen ontvangen aan alle de zegeningen, die de Hemelsehe \ ader door Christus, den Zaligmaker, aan de ware belijders des geloofs heeft toebesehikt.

Wij achten het dan ook verre beneden de beteekenis van den Doop om dien niet anders te beschouwen dan als een ceremonie of kerkelijke plechtigheid, waaraan geene reëele waarde voor het geestelijk leven van het kind zou moeten worden toegekend. Bij zulk eene bloot formeele beschouwing moet de Doop ook zijne beteekenis als sacrament, bondszegel en genademiddel verliezen ; geen wonder, dat men er eindelijk dan ook toe komt om den Doop als iets onbeduidends, overtolligs, vormelijks af te schaffen, bewerende, dat het toch niets w. Maar dat is het nu juist wat wij ten krachtigste bestrijden. In de Luthersche kerk zijn de sacramenten niet slechts symbolen of teekenen van Gods genade; integendeel, zij zijn middelen waardoor God Zijue kracht en genade mededeelt onder zichtbare, uitwendige teekenen. Daarom hebben ouders, getuigen en gemeente het bij de bediening van den Doop „wel te bedenken en ter harte te nemen : in hoe grooten nood en ellende de

Sluiten