Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de kindermonden de eer des Heeren doet stamelen. Hoe menig vader of moeder heb ik dankbaar en met opgewektheid hooreu spreken over de lieve versjes, die hun kind bij de juffrouw leerde.

Maar het kind wordt 5, 6 jaar, en het moet naar de dagschool, maar meester gelooft niet, of is onverschillig, of vijandig. Maar al ware hij een geloovige, hij mag van God en Zijn Woord en Zijn dienst niet spreken, hij mag wèl vertellen wat de menscben hebben gedaan, maar niet wat God heeft gedaan of Zijne leiding erkennen in de geschiedenis van volken en mensclien; bidden met zijne kinderen mag hij zelfs niet. Dit is wel droevig, ja een vloek voor een volk van gedoopten, en dat ter wille van de besnedenen. Doch die besnedeuen, die de Wet van Mozes nog hoog houden, ergeren zich ook aan die Godsdienstloosheid. God dank als door de Christelijke school, liefst nog door de Luthersche school, in dat gebrek kan worden voorzien. Maar hoevele honderden ja duizenden in de steden of op het land, die om geldelijke of andere redenen daarvan geen gebruik kunnen of willen maken, en toch, deze gedoopten moeten worden opgeleid tot de Geloofsbelijdenis. Dat hebben de Christenen gevoeld en ingezien en wordt ook in de Luthersche kerk steeds meer en meer begrepen; vandaar de hoogst gezegende inrichting onzer zondagsscholen, waar men den kinderen vertelt wat God door de vaderen, door de profeten en ten laatste door Jezus Christus heeft gedaan, waar die kinderen de Geloofs-Artikelen leeren en zij ten minste in hun o-eheugen de beteekenis opnemen van den Naam, waarin zij zijn gedoopt.

Dan komt de kerk aan het woord door hare leeraren en godsdienstonderwijzers om de opleiding der gedoopten te voltooien, opdat zij eenmaal als zelfstandige leden in de gemeente kunnen worden opgenomen. Eu wat wordt er nu van deze mannen geëischt ? Dit wordt er geëischt, dat zij trouw worden bevonden, naar Gods Woord den gedoopten den Naam des

Sluiten