Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet als ouderlingen en diakenen op het gestoelte der eere zoodat het hun niet louter tot vreugde zou zijn, als hetere toestanden in de kerk de evangelisatie onnoodig maakten? Kan men niet in het verslag eener evangelisatie lezen, dat kraamvrouwen liever dan in de kerk haren eersten kerkgan" in het lokaal der vereeniging doen? En heeft men niet eens een predikant, die in de kerk, dus voor de geheele gemeente, gepreekt had, gevraagd: Wanneer preekt u nu ook eens voor ons?

Maar ook waar dit alles ontweken wordt, welk een schade doet het toch. Een van de ergste misstanden, waaraan het werk der weldadigheid lijdt, is, dat het zoo verbrokkeld is. Handige bedelaars zien kans bij drie of meer vereenigin^en geld los te krijgen, terwijl de bescheiden arme misschien mets krijgt. Wat zou alles ordelijker en beter gaan, als het werk geheel in handen van de Diaconiën was? En als het Kerkbestuur alles in handen had wat nu de verschillende vereen i gin "en doen, er zou niet alleen meer orde en eenheid zijn, maar bovenal ook besparing van geld en van krachten. Want hoe dikwijls wordt niet de klacht gehoord dat de predikanten door al het andere werk aan hun eigenlijke ambtswerk onttrokken worden. Wij weten hoe zij worden geëxploiteerd uitgezogen door allerlei liefhebbers van allerlei arbeid, die ieder hun eigen werk het voornaamste achten. Moet niet het preekwerk er onder lijden. En kan dus niet het hoogste en heerlijkste wat een mensch doen kan, de prediking van Gods Woord, door gebrekkige voorbereiding, tot eene aanfluiting voor de wereld en eene ergernis voor de vromen worden?

Wordt niet ook financieel aan de kerk schade berokkend? Hierop vooral wees het Wartlmri^/-artikel van den lieer Delsman.

Het was in het nummer van 27 Juni. Aan het begin van dat nr. stond een stuk „Weest niet bezorgd"; het nr. eindigde met een verhaal getiteld: „Een merkwaardig bewijs boe God zorgt", en daar tusschen in stond het stuk van den heer heisman: „Niet bemoedigend". Van af 181(3, zoo zeide de schrijver, was in de jaarlijksche, groote collecte voor de armen der Ev. Luth. Gemeente te Amsterdam een gestadige daling waar te nernen. In de jaren 1857 tot 1870 is die daling van ƒ17000 tot ƒ9000, dus ƒ8000. En in dien tijd (1852) is juist het Luthersch Genootschap opgericht. I)e sappen van de plant werden door allerlei bijtakken opgezogen, in plaats van in de eerste plaats aan den hoofdtak, aan dé kerk zelve, ten goede te komen.

Zoo weerklinken dus van alle zijden de aanklachten tegen het werk der vereenigingen. Zij doen schade van allerlei aard, wat het ergste is, het ambt der diaconie wordt

Sluiten