Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de bedoelde zaak kenmerkt en immers ook door niemand verkeerd begrepen zou worden.

Toch heeft zijn protest in de Commissie van Rapporteurs niet gebaat en kwam in het Centraal Verslag wederom de onschuldige term »geneeskundig onderzoek" voor en van ^keuring" werd daarin niet gesproken, (zie Handelingen van den Gemeenteraad 1894, pag. 151).

In dezelfde Gemeenteraadszitting van 25 October 1894, waarin hij zich daarover beklaagde, zette hij ook zijne medische en pracliche bezwaren tegen de keuring uiteen en betwistte den Burgemeester het recht de keuring voor te schrijven, daar er in Rotterdam geen gemeenteverordening is die daartoe recht geeft en ook de gemeentewet geen bevoegdheid daartoe verleent.

En al wees hij nu ook op Groningen, waar een gemeenteverordening door het Hooger Bestuur was vernietigd en op Gouda, waar men, nadat soortgelijke verordening was ontworpen, van den Minister van Binnenlandsche Zaken de waarschuwing ontvangen had, dat hij haar, wierd zij voorgesteld, ter vernietiging zou voordragen, en op de circulaire die dooiden Minister Tak van Poortvliet aan de verschillende Gemeentebesturen was gezonden, waarin deze herinnerde aan het voorbeeld van Groningen om te voorkomen, dat men soortgelijke verordeningen zou maken, zijn stein was als die des roependen in de woestijn en — de bestaande toestanden werden gehandhaafd.

Of de Burgemeester inbreuk had gemaakt op de bevoegdheid van den Raad, die uitsluitend liet recht heeft verordeningen in het belang van de openbare gezondheid vast te stellen door Art. 188 der Gemeentewet wederrechtelijk aan te vullen met »de openbare gezondheid" dit liet den heeren Raadsleden koud.

Of men in Rotterdam een stelsel had uitgedacht om wederrechtelijk, zonder gemeente verordening toch y>keuring" te doen plaats hebben, of men vrouwen, die de keuring verzuimden wederrechtelijk dwong 13, als zoogenaamde «vrijwillige gift" bij liet Burgerlijk Armbestuur te brengen, waardoor een verkapt boetestelsel werd gehandhaafd, daarover bekommerden zich de heeren Raadsleden niet.

De lieer v. Staveren bleef alleen staan; niemand viel hem

Sluiten