Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In die Amsterdamsche Commissie van Enquête, die zoo krachtig sprak tegen het houden van bordeelen, zat maar één geestverwant van de heeren v. Staveren c. s. Zij bestond uit de heeren Dr. Blooker en Dr. Voute, twee liberale geneesheeren, den heer Schölvinck, roomsch-katholiek en den heer Fabius, anti-revolutionair en kon zich dus niet eenparig door godsdienstige overwegingen laten leiden.

Dr. v. Staveren wees in zijne verdediging verder op de kentering die er in de publieke opinie tot stand was gebracht door de openbaarheid. Vroeger was deze quaestie altijd in het verborgen behandeld en dien weg adviseerde de Commissie moest men in Rotterdam blijven bewandelen. Dr. v. Staveren zag juist in de openbaarheid het krachtigste middel om het kwaad te leeren kennen en te bestrijden. Ook op juridische gronden vond hij de ukeuring" in Rotterdam niet te verdedigen en beriep zich daarbij op een arrest van den Hoogen Raad van 14 Dec. 1896.

De heer Van der Pols verdedigde het verbod van bordeelen met niet minder kracht dan Dr. v. Staveren. Hij legde er vooral den nadruk op, dat in strijd met de woorden van de Commissie voor de Strafverordeningen, als zou de toestand in Rotterdam niet erger zijn geworden, de Commissaris van politie in zijn rapport van 11 Juni 1895 schrijft: »de groote toename in de laatste jaren der clandeMine prostitutie, der huizen met kelnerinnen-bediening, waarvan zeer vele als vermomde bordeelen zijn aan te merken en der rendez-vous-huizen maken, dat het toezicht nog steeds gebrekkig moet worden genoemd.

De clandestine prostitutie is dus sterk toegenomen, niet als gevolg van het opheffen der bordeelen, maar niettegenstaande deze vrij bleven bestaan."

Dr. Sleurs verklaarde zich echter vóór het behoud van bor deelen, op grond van het dierlijk instinct van den mensch. Hij wilde de prostitutie verminderen en tegengaan door kneipen met vrouwelijke bediening, den verkoop en uitstalling van zedenbedervende romans enz. enz. te verbieden, maar hij achtte het een gevaarlijken maatregel bordeelen af te schaffen op het oogenblik, dat het opgewekte instinct voldoening eischt. Hij erkende, dat het bestaan der bordeelen een kwaad is, maar de opheffing zou een nog grooter kwaad in het leven roepen.

Sluiten