Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijk uit, dat geen sanitair toezicht op de prostitutie, hoe goed ook geregeld, in staat zal zijn de venerische ziekten te keeren, noch te verminderen, om de eenvoudige redenen 1°. dat geen medicus positief kan constateeren dat een vrouw niet besmettelijk is, ook al is er geeri enkel verschijnsel van venerische ziekte aan te toonen, 2°. omdat een vrouw ook de draagster van smetstof kan zijn en als zoodanig besmettelijk zonder zelf ziek te zijn (imediate contagion).

Deze beide argumenten konden niet omvergeworpen worden. Daarom hielden de voorstanders van sanitair toezicht zich krampachtig vast aan hun betoog, dat men dan toch de positieve ziektegevallen kon constateeren en daardoor de positief besmette vrouwen tijdelijk kon afzonderen. De tegenstanders echter hielden vol, dat men daardoor, gewild of niet, een garantie in het leven riep voor haar, bij wie geen positieve diagnose gesteld kon worden, een garantie die men voor zijn medisch geweten niet kon verantwoorden.

Bij stemming bleek de meerderheid der vergadering dan ook van meening te zijn, dat de voordcelen niet tegen de nadeelen opwegen.

De volgende vragen werden achtereenvolgens in stemming gebracht:

Vraag I. Mag de regeling van den toestand der prostitutie in Rotterdam, zooals die op het oogenblik is, gewenscht heeten?

Met algemeene stemmen werd hierop neen geantwoord.

Dit verpletterend neen van de Rotterdamsche medici betreft het stelsel dat de Burgemeesters steeds als uitstekend geprezen hebben en dat de Raad zooveel jaren heeft goedgekeurd en dat nu geen enkel medicus in bescherming nam.

Vraag II. Is voor Rotterdam reglementeering op het gebied der prostitutie gewenscht of niet?

Antwoord neen.

Vraag III. Is behoud van erkende bordeelen aan te bevelen ? Antwoord neen.

Sluiten